Naar hoofdinhoud
Het Plussenbeleid wordt toegepast binnen de bevoegdheid van gemeenteraad en college tot het vaststellen van bestemmingsplannen en verlening van omgevingsvergunningen. Toepassing van de bevoegdheid vindt plaats in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. In het kader van de beoordeling ‘goede ruimtelijke ordening’ vinden onder meer onderzoeken plaats naar beleid en omgevingsaspecten. Aanvragen worden beoordeeld op ruimtelijke aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid. Aanvullend wordt daar na vaststelling van de beleidsregel aan toegevoegd de ‘toetsing aan het Plussenbeleid’. Het gemeentelijk plussenbeleid laat zich als volgt vastleggen: In het kader van het gemeentelijk plussenbeleid geeft de gemeente Epe vorm aan het gemeentelijk beleid voor de niet-grondgebonden veehouderijen. Daarbij wordt paragraaf 3.9.10 van de Verdieping Omgevingsverordening gevolgd, met dien verstande dat zoveel mogelijk aangesloten wordt op het voorbereidingstraject dat door de gemeente wordt gevolgd bij ruimtelijke plannen of omgevingsvergunningen. Voorts wordt de focus gelegd op het toepassen van maatregelen (Plussen) met een ruimtelijke relevantie. Het gemeentelijk plussenbeleid nader toegelicht: a. definities b. dialoog c. investering d. plussen e. verzekering uitvoering a. Definities De definities uit de Omgevingsverordening worden gevolgd. Drie zaken worden nader geduid: Uitbreiding : het binnen of direct aan een bestaand agrarisch bouwperceel vergroten van het ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan: fysiek aanwezige oppervlak aan legale bebouwing, en/of met omgevingsvergunning Bouwen vergunde oppervlak aan bebouwing, welke ten dienste staat van de niet-grondgebonden veehouderijtak. Bebouwing ten dienste van de niet-grondgebonden veehouderijtak: stalruimte voor de niet-grondgebonden veehouderijtak. Elke vijf jaar eenmaal een uitbreiding van de oppervlakte van het agrarische bouwperceel van 500 m2 of minder : de periode van vijf jaar wordt berekend vanaf de datum van een aanvraag. Als het totaal oppervlak aan aangevraagde uitbreiding en de in de vijf jaren daarvoor omgevingsvergunde uitbreiding 500 m2 of minder is, dan is het Plussenbeleid niet van toepassing. b. Dialoog Burgerparticipatie vormt in Epe al enige jaren een wezenlijk onderdeel bij de voorbereiding van ruimtelijke besluiten. Doel is dat de initiatiefnemer daarmee –voorafgaand aan de formele planprocedure- investeert in begrip en draagvlak. Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat hij in een vroegtijdig stadium in gesprek gaat met belanghebbenden, daaronder begrepen omwonenden en wijkraden. In het kader van het plussenbeleid is uitgangspunt dat de dialoog in ieder geval bestaat uit een informatiebijeenkomst waar ook een ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeente Epe bij aanwezig is. De dialoog wordt gestart direct nadat de gemeente het initiatief getoetst heeft op kansrijkheid. In beginsel gaan initiatiefnemer en de gemeente een overeenkomst aan waarbij de verplichting tot de dialoog/het gesprek wordt vastgelegd. In beginsel vindt de dialoog/het gesprek plaats op basis van een door de gemeente geaccordeerd schetsplan. In dat stadium is er nog gelegenheid om - waar en indien nodig - het plan te verfijnen of te verbeteren. Initiatiefnemer draagt zorg voor vastlegging van de dialoog en verwerking daarvan in de plantoelichting. c. Investering Het Plussenbeleid gaat uit van aanvullende maatregelen (maatschappelijke plussen) die door de initiatiefnemer getroffen moeten worden. De mate waarin is uitgedrukt in een investeringsbijdrage. De vereiste investering in de maatschappelijke plussen bedraagt € 15,- tot € 20,- per vierkante meter bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding. De investering dient zoveel mogelijk plaats te vinden op het erf. Indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, dan vindt de investering in de omgeving van het erf plaats of verder in de omgeving. De berekening van de investeringsbijdrage moet deel uit maken van de toelichting van het  ruimtelijke plan. d. Plussen Uitbreidingen van de niet-grondgebonden veehouderij tak zijn alleen mogelijk indien het bedrijf aanvullende maatregelen van ruimtelijke kwaliteit treft op het gebied van milieu, landschappelijke inpassing of fysieke maatregelen op het gebied van dierwelzijn. Het gaat om maatregelen die verder gaan dan standaard beleid. Aanvullende maatregelen zijn bijvoorbeeld extra investeringen in: Ruimtelijke kwaliteit / landschappelijke inpassing: extra streekeigen beplanting, fruitbomen, loop- en wandelpaden, innovatieve architectuur m.b.t. stalconcepten, sloop van vrijkomende (agrarische) bebouwing. Milieu: filtersysteem, afzuigsysteem, luchtwassysteem, biofilter. Het gaat bij aanvullende maatregelen niet om de gangbare emissie reducerende technieken of gangbare Best Beschikbare Technieken. Wat gangbaar is, is onder meer omschreven in artikel 1.1. artikel van de Wabo. Dit verschilt per diersoort, per jaar en per gebied. Voor ammoniak kan het kader van aanvullende BBT-maatregelen bijvoorbeeld gekeken worden naar kolom C van “Besluit emissiearme huisvesting” gepubliceerd in Staatscourant d.d. 25/6/2015 waarin gewenste grenswaarden voor 2018 worden genoemd. De ondernemer moet aantonen waarom zijn maatregel voor een plus in aanmerking komt en moet dat expliciet maken. Dierwelzijn: oppervlakte, groepsgrootte, stalinhoud, voorkomen hittestress, schuurvoorziening, erfverharding, mestafvoerpunten. Voorbeelden van maatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu en dierwelzijn zijn ook te vinden in de Maatlat Duurzame Veehouderij en het Beter Leven Keurmerk (sterrensysteem) en Milieukeur. Deze certificaatsystemen zijn waardevol omdat zij aangeven wat in algemeenheid duurzamere stalconcepten zijn. e. Verzekering uitvoering Uitgangspunt is de uitvoering van de aanvullende maatregelen te verzekeren in de vorm van een voorwaardelijke verplichting of ander voorschrift in het ruimtelijke plan. Indien zo’n regeling gelet op het recht niet mogelijk is dient met een privaatrechtelijke overeenkomst (inclusief boetebeding) met de ondernemer de uitvoering van de maatregelen verzekerd te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel