Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Soort voorzieningen

Deze bijlage betreft de regelgeving voor de volgende voorzieningen:

  • - Bevorderen burgerschap, diversiteit, en gedeelde geschiedenis;
  • - Hoogbegaafdheid.
  • - Aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019

Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan voor een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Begripsomschrijvingen

school: school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs niet zijnde speciaal voortgezet onderwijs, dan wel een nevenvestiging hiervan.

Hoofdstuk 2 Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit, en gedeelde geschiedenis

Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - burgerschap: de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de Amsterdamse gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.
  • - diversiteit: alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in Amsterdam samenleven op het vlak van gender, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele gerichtheid, lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden, religie, levensbeschouwing, leeftijd, etniciteit, etc.
  • - gedeelde geschiedenis: kennis van momenten in de Amsterdamse geschiedenis, zoals de holocaust en Jodenvervolging, het slavernijverleden en migrantengeschiedenissen.

Artikel 2.2 Doel Voorziening

Het doel van deze voorziening is het ondersteunen van activiteiten met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen van de scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs niet zijnde voortgezet speciaal onderwijs passend binnen de doelstelling van de beleidsbrief Amsterdammerschap in het onderwijs.

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • - Het college kan een subsidie verlenen ten behoeve van de uitvoering van activiteiten gericht op:
    • - bevordering van burgerschap;
    • - bevordering van kennis van diversiteit;
    • - bevordering van kennis van gedeelde geschiedenis in de stad.
  • - De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat deelneemt aan de activiteit en de kostprijs van de activiteit, waarbij geldt dat per deelnemende leerling maximaal € 21 euro beschikbaar is.
  • - De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten met een Amsterdams karakter in aanvulling op de activiteiten die een school in het kader van artikel 8, derde lid en artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 11, vierde lid en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra al in het reguliere onderwijsprogramma voor de leerlingen organiseert.

Artikel 2.4 De aanvrager

In aanvulling op artikel 5, eerste lid van de VloA 2019 kan de subsidie voor één of meerdere activiteiten worden aangevraagd door:

  • - een schoolbestuur ten behoeve van meerdere onder zijn gezag vallende samenwerkende scholen.
  • - samenwerkende schoolbesturen voor onder hun gezag vallende scholen In dat geval treedt één van de schoolbesturen op als penvoerder.

Artikel 2.5 weigeringsgrond

In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als de te subsidiëren activiteit:

  • - gericht is op het professionaliseren van het schoolteam, of
  • - de ontwikkeling van het burgerschapsbeleid op een school.

Hoofdstuk 3 Voorziening Hoogbegaafdheid

Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - deeltijd aanbod: aanbod voor hoogbegaafde leerlingen, één of meerdere dagdelen van de week, binnen of buiten de eigen klas;
  • - hoogbegaafde leerlingen: leerlingen die zich onderscheiden door bijzondere intelligentie, bijzondere eigenschappen, creatief denkvermogen, leermotivatie, nieuwsgierigheid en taakgerichtheid (2,5 % van de leerlingenpopulatie);
  • - voltijds aanbod: voltijds basisonderwijs voor hoogbegaafde leerlingen in een aparte klas met een gespecialiseerde leerkracht, waarbij het aanbod is afgestemd op de capaciteiten van het kind.

Artikel 3.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is een passend aanbod te realiseren voor hoogbegaafde leerlingen van de scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs niet zijnde speciaal voortgezet onderwijs, zodat mogelijke gevolgen als onderprestatie, vermindering van leermotivatie en ondermijning van het zelfvertrouwen worden voorkomen of verminderd.

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan een passend deeltijd of voltijds aanbod voor hoogbegaafde kinderen in het primair onderwijs.
  • - Het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen mag verzorgd worden door externe partijen en buiten de eigen school plaatsvinden.
  • - De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van een bedrag van € 600,- per hoogbegaafde leerling per schooljaar.
  • - Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan niet meer dan € 125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.

Artikel 3.4 Subsidieplafond

  • - Het college stelt voor de voorziening hoogbegaafdheid voor een schooljaar een subsidieplafond vast.
  • - Indien het subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren, maximeert het college de subsidie waarvoor een schoolbestuur voor een school in aanmerking kan komen op 2,5%.van het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school.
  • - Indien na toepassing van de maximering als bedoeld in het tweede lid van dit artikel nog een bedrag resteert binnen het subsidieplafond, zal dit bedrag naar rato worden verdeeld onder scholen, voor zover er op deze scholen sprake is van een hoogbegaafde leerlingenpopulatie van meer dan 2,5%. Hierbij wordt het resterende bedrag uit het subsidieplafond gedeeld door het totaal aantal Amsterdamse hoogbegaafde leerlingen boven de 2,5% waarvoor is aangevraagd, vermenigvuldigd met het aantal hoogbegaafde leerlingen boven de 2,5 % van de desbetreffende school.

Artikel 3.5 De aanvrager

[vervallen]

Artikel 3.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens verstrekt::

  • - een beschrijving van het passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen inclusief het niveau van ondersteuning van een school of van een groep samenwerkende scholen, vergezeld van een begroting inclusief een berekening van de kostprijs per leerling per schooljaar;
  • - de door de school gehanteerde methode waarop de leerlingen geïdentificeerd zijn als hoogbegaafd.

Artikel 3.7 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • - een schoolbestuur draagt zelf minimaal 50 procent bij aan de kosten voor een passend aanbod per leerling;
  • - een schoolbestuur is bereid om de ervaringen en ontwikkelde producten in het kader van een passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen van de onder zijn gezag vallende school of scholen waarvoor hij subsidie ontvangt ter beschikking te stellen aan andere Amsterdamse scholen;
  • - een schoolbestuur draagt er voor zorg dat de school in de schoolgids of op de website van de school aangeeft, waaruit het aanbod op het gebied van het hoogbegaafdheidonderwijs bestaat;
  • - Indien een schoolbestuur het passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen geheel of gedeeltelijk bekostigt uit ouderbijdragen, dient de subsidie eerst te worden aangewend voor een evenredige vermindering van die ouderbijdragen. .

Hoofdstuk 4 Voorziening aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie

Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • - school: school voor basisonderwijs, - voortgezet onderwijs, of - (voortgezet) speciaal onderwijs;
  • - urgente situatie: situatie die de voortgang van het onderwijs op een of meerdere scholen van een schoolbestuur bedreigt.

Artikel 4.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is om een schoolbestuur te ondersteunen bij de aanpak van een urgente situatie, die een bedreiging vormt voor de voortgang van het onderwijs op een of meerdere onder haar gezag vallende scholen.

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten of een voorziening in natura

  • - Het college kan een subsidie verlenen voor activiteiten ten behoeve van de aanpak van een urgente situatie en waar naar het oordeel van het college ondersteuning noodzakelijk is.
  • - Het college kan in plaats van of in aanvulling op een subsidie ervoor kiezen om een voorziening in natura te verstrekken.

Artikel 4.5 Aanvrager

In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de VloA 2019 kan naast het schoolbestuur van de school of scholen waar de urgente situatie zich voordoet, ook een aanvraag worden ingediend door een schoolbestuur aan wie de school of scholen in geval van fusie worden overgedragen.

Artikel 4.6 Aanvraagtermijn

In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan de voorziening gedurende het gehele schooljaar worden ingediend.

Artikel 4.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5 van de VloA 2019 wordt bij de subsidieaanvraag een beschrijving gegeven van:

  • - de urgente situatie die de voortgang van het onderwijs op de school of scholen bedreigt , de aard van de bedreiging en waardoor deze situatie is ontstaan;
  • - welke activiteiten het schoolbestuur onder wiens gezag de betreffende school of scholen vallen tot nu toe heeft ondernomen om de urgente situatie aan te pakken en met welk resultaat;
  • - welke activiteiten de aanvrager wil inzetten om deze urgente situatie niet verder te laten escaleren en op te lossen en welk resultaat hij daarvan verwacht;
  • - een begroting met toelichting, waarin de aanvrager motiveert dat hij deze activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zelf kan financieren.

Artikel 4.8 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een voorziening te verlenen, indien naar het oordeel van het college:

  • - er geen sprake is van een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt;
  • - de activiteit waarvoor de aanvraag is ingediend, een onvoldoende oplossing zal bieden voor de het wegnemen van de urgente situatie;
  • - de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden kan beschikken om de activiteit te realiseren;
  • - de aanvrager voor de uitvoering van dezelfde activiteiten in aanmerking komt voor een andere voorziening van de gemeente of van een ander bestuursorgaan.

Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019

TOELICHTING

Bijlage 6: voorzieningen overig

Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit en gedeelde geschiedenis

Deze voorziening draagt bij aan het samen (leren) leven in een diverse stad. De voorziening ondersteunt activiteiten op scholen met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen. De voorziening stimuleert een samenleving, waar iedereen zichzelf kan zijn en vergroot op deze manier de ontwikkelkansen van kinderen.

De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten die aanvullend zijn op de activiteiten die een school al in het reguliere onderwijsprogramma met betrekking tot burgerschap voor de leerlingen organiseert. Hierbij gaat het om concrete activiteiten met leerlingen uitgaande van de specifieke Amsterdamse populatie en context . Verder is de subsidie niet bedoeld voor de professionalisering van het schoolteam en de ontwikkeling van het burgerschapsbeleid. Hiervoor zijn weigeringsgronden opgenomen.

Per deelnemende leerling is een maximum bedrag van € 21 beschikbaar. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal deelnemende leerlingen en kan nooit meer bedragen dan de kostprijs van de activiteit.

Voorziening hoogbegaafdheid

Ongeveer 2,5 procent van alle leerlingen in de basisschoolleeftijd is hoogbegaafd. Scholen en schoolbesturen in Amsterdam voorzien in een aanbod voor deze leerlingen, waarmee beoogd wordt onderprestatie, verminder van leermotivatie en ondermijning van zelftrouwen te voorkomen. De kosten van deze activiteiten zijn hoger dan voor het reguliere onderwijscurriculum. Reden waarom de gemeente hiervoor aan scholen of een groep samenwerkende scholen subsidie beschikbaar stelt. Bij deze voorziening geldt voor de schoolbesturen een verplichting tot cofinanciering van om ten minste 50% van kosten van het aanbod voor de hoogbegaafden.

Artikel 3.1 t/m 3.3

geen toelichting

Artikel 3.4 Subsidieplafond

Om te voorkomen dat het beschikbare budget voor de Voorziening hoogbegaafdheid niet volledig benut wordt door de uitwerking van de verdeelsleutel, waarin bij het bereiken van het subsidieplafond de subsidie per bestuur werd gemaximeerd op 2,5 % van de totale leerlingpopulatie zijn het tweede en derde lid aan artikel 3.4 van deze voorziening toegevoegd. De insteek hiervan is om het beschikbare budget naar gelijke maatstaf te verdelen over de scholen in plaats van de totale populatie van de schoolbesturen die een aanvraag hebben gedaan voor de voorziening en het budget ook volledig beschikbaar te stellen voor het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen.

Artikel 3.6 t/m 3.7

geen toelichting

Hoofdstuk 4 Voorziening aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie

Soms wordt het college benaderd door een schoolbestuur voor het verlenen van een onderwijsvoorziening voor een bijzondere situatie, waarvoor in de VloA 2019 geen voorziening is opgenomen. Het gaat daarbij om een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt op een school of meerdere onder het gezag van het schoolbestuur vallende scholen. In het verleden heeft het college daarom een aantal maal besloten om in dit soort gevallen een incidentele subsidie te verlenen. Dit strookt echter niet met de bedoeling van de wetgever. De onderwijswetten schrijven namelijk voor dat de gemeente uitsluitend aanvullend op de rijksbekostiging voorzieningen in het kader van haar eigen onderwijsbeleid mag verstrekken op grond van een verordening. De Voorziening aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie geeft het college voortaan een grondslag om voorzieningen te treffen in dit soort bijzondere gevallen.

Om wat voor een urgente situatie kan het hierbij gaan? Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een situatie dat een schoolbestuur onder (financieel) toezicht staat van de onderwijsinspectie en waarbij niet meer kan worden ingestaan voor de onderwijskwaliteit van de scholen die onder zijn gezag staan. Hierdoor kan de voortgang van het onderwijs en daarmee het voortbestaan van de scholen in het gedrang komen. In het uiterste geval kan dit betekenen dat een school of scholen moeten sluiten of overgedragen moeten worden aan een ander gezond schoolbestuur. In het laatste geval kan het college bijvoorbeeld er toe besluiten om een subsidie te verlenen als tegemoetkoming in de kosten die gemoeid gaan met zo’n bestuursoverdracht. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage wordt rekening gehouden met of het ontvangende schoolbestuur zelf deels of volledig deze kosten voor zijn rekening kan nemen.

Verder kan worden gewezen op een voorbeeld uit het verleden, waarbij het college een subsidie heeft verstrekt voor de aanstelling van een fulltime conciërge op een dependance van een school. In de directe omgeving van het schoolgebouw was een moord gepleegd in een wijkcentrum. Door de aanstelling van de conciërge kon op korte termijn een veilige onderwijsklimaat voor leerlingen en onderwijsgevend personeel worden gegarandeerd in de betreffende school. Normaliter zou deze dependance op grond van de Voorziening onderwijsondersteunend personeel niet in aanmerking hebben kunnen komen voor de conciërge.

Ontbreken subsidieplafond

Bij VloA-voorzieningen waarbij het vooraf onduidelijk is hoe hoog het aantal aanvragen is en er sprake is van een beperkt budget, stelt het college jaarlijks een subsidieplafond in en is er sprake van een daarbij behorende verdeelsystematiek.

Bij deze voorziening is daar niet voor gekozen. Reden hiervoor is dat op voorhand het aantal aanvragen voor deze voorziening dat gehonoreerd wordt , zeer beperkt zal zijn. Het is aan het college om te beoordelen of er sprake is van een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt en of ondersteuning vanuit de gemeente hierbij in de vorm van een subsidie of een voorziening in natura noodzakelijk is. De voorziening is alleen bedoeld voor op zichzelf staande unieke situaties, waarvoor geen collectief aanvraagbare voorziening is of kan worden vastgesteld.

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten of een voorziening in natura

Een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt, komt in de praktijk niet heel vaak voor. Om de situatie het hoofd te kunnen bieden zullen hiervoor op maat gesneden maatregelen dienen te worden genomen. Welke activiteiten in aanmerking komen voor een subsidie of een voorziening in natura zal van geval tot geval verschillen. Het college stelt bij zijn besluitvorming in ieder geval het recht van leerlingen en ouders op kwalitatief goed onderwijs en een veilig onderwijsklimaat op de eerste plaats bij het bepalen of een aanvraag gehonoreerd wordt of niet.

Artikel 4.5 Aanvrager

In geval van een slecht functionerend schoolbestuur, kan het gelet op het onderwijsaanbod in de stad belangrijk zijn dat een school wordt overgedragen aan een ander gezond schoolbestuur, waardoor het onderwijsaanbod op het bestaande peil kan blijven. Het ontvangende schoolbestuur kan in dit geval een subsidie aanvragen als hij niet in staat is de kosten die verbonden zijn aan de fusie (volledig) zelf te dragen.

Artikel 4.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Om voor een subsidie of een voorziening in natura in aanmerking te kunnen komen, dient een schoolbestuur aan het college duidelijk te maken dat er sprake is van een urgente situatie. Ook moet duidelijk zijn, welke stappen het schoolbestuur al eerder heeft gezet om de situatie te verbeteren en met welk resultaat. Voor deze voorziening komt een schoolbestuur verder alleen in aanmerking, als hij aantoont dat hij onvoldoende middelen heeft om de aanpak te kunnen bekostigen. Om dit te kunnen beoordelen kan het college bijvoorbeeld de vermogenspositie van het aanvragende schoolbestuur mee laten wegen. Een bruikbaar instrument hiervoor is de signaleringswaarde die de onderwijsinspectie bij het toezicht op vermogen hanteert voor schoolbesturen.

Artikel 4.8 Aanvullende weigeringsgronden

In de VloA 2019 zijn in artikel 7 een aantal algemene weigeringsgronden opgenomen. Zoals de weigeringsgrond dat het college een subsidie kan weigeren als gegronde reden bestaat om aan te nemen dat het schoolbestuur of school niet de capaciteiten heeft om de activiteiten waarvoor de voorziening wordt verstrekt naar behoren uit te voeren. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als een schoolbestuur door eigen toedoen in de problemen is geraakt en geen maatregelen treft om voortaan die problemen te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan de weigering van de Raad van Toezicht om de betrokken bestuurder(s) te vervangen. In artikel 4.8 van deze Voorziening zijn een aantal specifiek voor deze voorziening geldende weigeringsgronden opgenomen.

Het college weigert een voorziening als er geen sprake is van urgente situatie of wanneer een schoolbestuur zelf de activiteiten kan bekostigen. Als het college van mening is dat de voorgestelde maatregelen onvoldoende de situatie kunnen verbeteren, zal het college tevens de voorziening weigeren. Als er sprake is van een andere voorziening, dient een schoolbestuur daar eerst een beroep op te doen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de spoedvoorziening die op grond van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam kan worden aangevraagd.