Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Informele middelen

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Nunspeet

1. Het college kan besluiten om af te zien van handhavend optreden als blijkt dat een houder van een kinderopvangvoorziening niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wko en alle daaruit voortvloeiende regelgeving. 2. Als het college besluit om af te zien van handhavend optreden dan kan de volgende actie op de overtreding worden ondernomen: a. waarschuwing. 3. Bij het geven van een waarschuwing gelden de volgende termijnen om aan de waarschuwing te voldoen: a. prioriteit hoog: maximaal 2 weken na de datum van inspectie; b. prioriteit gemiddeld; maximaal 2 maanden na de datum van inspectie; c. prioriteit laag: maximaal 6 maanden na de datum van inspectie. 4. Het college deelt in de waarschuwing schriftelijk aan de kinderopvangvoorziening mee welke actie ondernomen moet worden en indien van toepassing binnen welke termijn hieraan gevolg gegeven moet zijn. 5. Het college kan afzien van de actie genoemd in het tweede lid, indien de GGD hiertoe adviseert op basis van de uitkomst van de door haar uitgevoerde inspectie. 6. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de betreffende kwaliteitseis zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht.

Rechtspraak bij dit artikel