Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Herstelsancties

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Nunspeet

1. Als blijkt dat een houder van een kinderopvangvoorziening niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wko en alle daaruit voortvloeiende regelgeving en het college heeft niet besloten om af te zien van handhavend optreden, dan wordt in beginsel een herstellend traject gestart. 2. Een herstellend traject is gericht op een zo spoedig mogelijke beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). 3. Bij het uitvoeren van een herstellend traject hanteert het college de volgende stappen: a. stap 1: aanwijzing; b. stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang; c. stap 3: exploitatieverbod; d. stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang. 4. Als de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. 5. Als naar aanleiding van een eerdere constatering van eenzelfde overtreding is besloten om te volstaan met een waarschuwing of herstelaanbod, dan wordt stap 1, als bedoeld in het derde lid, overgeslagen. 6. Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: a. prioriteit hoog: maximaal 2 weken; b. prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden; c. prioriteit laag: maximaal 6 maanden. Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom / last onder bestuursdwang in te zetten. 7. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht.

Rechtspraak bij dit artikel