Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijn briefadres

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Maastricht 2019

In de situatie als bedoeld in artikel 2 eerste lid, onder e, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal 4 maanden. Deze termijn kan met maximaal 4 maanden worden verlengd. Een briefadres op grond van artikel 2, eerste lid onder c en d mag een briefadres gekozen worden voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven. Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen. De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 6. Uiterlijk 4 maanden na ingangsdatum geldigheid briefadres dient de briefadreshouder zijn adres te verantwoorden, tenzij er een aanvraag tot verlenging is ingediend op grond van het derde lid van dit artikel. Een verantwoording als bedoeld in het vijfde lid kan bestaan uit: een schriftelijke verantwoording of verantwoording in persoon Indien de briefadreshouder geen verantwoording aflegt, kan dit leiden tot een ambtshalve opneming van het gegeven van vertrek van de briefadreshouder uit Nederland op grond van artikel 2.22 Wet BRP. Indien een briefadres verstrekt is op grond van artikel 2 tweede en vierde lid hoeft geen verant¬woording te worden afgelegd voor de termijn die door de instelling is aangegeven. Onverminderd hetgeen is bepaald in dit artikel, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft verplicht op grond van de artikelen 2.38, 2.39 en 2.40 van de Wet BRP gehouden om aangifte van adreswijziging te doen bij de woongemeente of in geval van emigratie bij de gemeente van vertrek. In de situatie als bedoeld in artikel 2, derde lid mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel