Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanwijzing als bedrijfshulpverlener

Onderdeel van 21 Regeling Bedrijfshulpverlening

Lid 1 Aanwijzing tot bedrijfshulpverlener geschiedt voor onbepaalde tijd schriftelijk door het bevoegd gezag op voordracht van het hoofd BHV. Alleen medewerkers met een vast dienstverband komen in aanmerking voor de aanwijzing als bedrijfshulpverlener. Lid 2 In de aanwijzing wordt in ieder geval vermeld: a. de naam, geboortedatum, adres en woonplaats van de medewerker; b. de BHV-locatie, de taak bij de BHV en de datum van ingang waarin hij wordt aangewezen voor de taak bij de BHV. Lid 3 Intrekking dan wel wijziging van het besluit tot aanwijzing als bedrijfshulpverlener door het bevoegd gezag vindt plaats: a. op schriftelijk verzoek van de medewerker; b. op schriftelijk verzoek van de leidinggevende; c. indien de medewerker niet voldoet aan de voor de taak gestelde eisen of indien er medische bezwaren bestaan tegen de uitoefening van deze taak, op schriftelijk verzoek van het hoofd BHV; d. bij langdurige afwezigheid van langer dan 6 maanden wordt de BHV-er uitgesloten van deelname aan BHV-taken tot het moment dat voldaan wordt aan de gestelde eisen; e. bij ontslag.

Rechtspraak bij dit artikel