Lid 1
De bedrijfshulpverlener voert naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren uit.
Lid 2
Er is sprake van naar behoren uitvoeren als de bedrijfshulpverlener heeft voldaan aan de voor zijn taken vastgestelde criteria, te weten:
a. de bedrijfshulpverlener is:
· in het bezit van een geldig basisdiploma Bedrijfshulpverlener, conform de richtlijnen van het NIBHV, en het in stand houden daarvan door het volgen van de daarvoor vereiste herhalingslessen;
· aanwezig geweest bij minimaal 75% van de jaarlijks geplande BHV-activiteiten (volgen van herhalingslessen brandbestrijding, communicatie, ontruiming en noodzakelijke oefeningen);
· inzetbaar geweest voor de primaire bedrijfshulpverlening, zoals:
· het verrichten van levensreddende handelingen;
· het bestrijden van branden met kleine blusmiddelen;
· het afvoeren van gewonden, het begeleiden van personen in geval van ontruiming van de locatie;
· het controleren van (het) gebouw(en) op aanwezigheid van personen;
· het volgen van de jaarlijkse gebouwgebonden ontruimingsinstructie;
b. de bedrijfshulpverlener is in het bezit van een geldig E.H.B.O.-diploma en het volgen van de daarvoor vereiste herhalingslessen;
c. de ploegleider met goed gevolg de opleiding van ploegleider heeft gevolgd, conform de richtlijnen van het NIBHV, en deze in stand houdt door het volgen van de daarvoor vereiste herhalingslessen;
· de ploegleider dient aanwezig te zijn bij minimaal 75% van de jaarlijks geplande BHV-activiteiten;
· het volgen van de jaarlijks gebouwgebonden ontruimingsinstructie;
· voldoende inzetbaar is geweest voor één van de bovengenoemde taken en bovendien leiding heeft gegeven aan meerdere leden van de BHV-organisatie;
Lid 3
Medewerkers dienen door de leidinggevende in de gelegenheid te worden gesteld om deel te nemen aan de jaarlijks verplichte lessen.
Lid 4
Het bevoegd gezag ziet, op voordracht van het hoofd BHV, toe op de inzetbaarheid voor de aangewezen taak.
Lid 5
(vervallen per 01-01-2016 – besluit college B&W d.d. 06-10-2015)
Lid 6
Voor een vrouwelijk lid van de Bedrijfshulpverlening geldt dat zij gedurende de zwangerschapsperiode en de periode waarin het kind borstvoeding ontvangt tijdelijk ontheven is van deelname aan alle BHV-activiteiten. Betrokken medewerkster dient dit schriftelijk en tijdig te melden bij het hoofd BHV.