Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Criteria voor BHV-werkzaamheden

Onderdeel van 21 Regeling Bedrijfshulpverlening

Lid 1 De bedrijfshulpverlener voert naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren uit. Lid 2 Er is sprake van naar behoren uitvoeren als de bedrijfshulpverlener heeft voldaan aan de voor zijn taken vastgestelde criteria, te weten: a. de bedrijfshulpverlener is: · in het bezit van een geldig basisdiploma Bedrijfshulpverlener, conform de richtlijnen van het NIBHV, en het in stand houden daarvan door het volgen van de daarvoor vereiste herhalingslessen; · aanwezig geweest bij minimaal 75% van de jaarlijks geplande BHV-activiteiten (volgen van herhalingslessen brandbestrijding, communicatie, ontruiming en noodzakelijke oefeningen); · inzetbaar geweest voor de primaire bedrijfshulpverlening, zoals: · het verrichten van levensreddende handelingen; · het bestrijden van branden met kleine blusmiddelen; · het afvoeren van gewonden, het begeleiden van personen in geval van ontruiming van de locatie; · het controleren van (het) gebouw(en) op aanwezigheid van personen; · het volgen van de jaarlijkse gebouwgebonden ontruimingsinstructie; b. de bedrijfshulpverlener is in het bezit van een geldig E.H.B.O.-diploma en het volgen van de daarvoor vereiste herhalingslessen; c. de ploegleider met goed gevolg de opleiding van ploegleider heeft gevolgd, conform de richtlijnen van het NIBHV, en deze in stand houdt door het volgen van de daarvoor vereiste herhalingslessen; · de ploegleider dient aanwezig te zijn bij minimaal 75% van de jaarlijks geplande BHV-activiteiten; · het volgen van de jaarlijks gebouwgebonden ontruimingsinstructie; · voldoende inzetbaar is geweest voor één van de bovengenoemde taken en bovendien leiding heeft gegeven aan meerdere leden van de BHV-organisatie; Lid 3 Medewerkers dienen door de leidinggevende in de gelegenheid te worden gesteld om deel te nemen aan de jaarlijks verplichte lessen. Lid 4 Het bevoegd gezag ziet, op voordracht van het hoofd BHV, toe op de inzetbaarheid voor de aangewezen taak. Lid 5 (vervallen per 01-01-2016 – besluit college B&W d.d. 06-10-2015) Lid 6 Voor een vrouwelijk lid van de Bedrijfshulpverlening geldt dat zij gedurende de zwangerschapsperiode en de periode waarin het kind borstvoeding ontvangt tijdelijk ontheven is van deelname aan alle BHV-activiteiten. Betrokken medewerkster dient dit schriftelijk en tijdig te melden bij het hoofd BHV.

Rechtspraak bij dit artikel