Lid 1
Vergoeding van studiekosten wordt eerst gegeven, nadat de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard, dat hij de uit dien hoofde genoten bedragen zal terugbetalen, indien:
a. hij de hem ingevolge artikel 5 opgelegde verplichting niet nakomt;
b. hij de studie, waarvoor de vergoeding is verleend, beëindigt voordat de in artikel 3 bedoelde termijn is verstreken zonder dat de studie tot behalen van een diploma heeft geleid;
c. de vergoeding wordt gestaakt op grond van artikel 4;
d. hij op eigen verzoek of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen voor het einde van de studie waarvoor vergoeding is toegekend of binnen twee jaren na het behalen van het voor deze studie geldende diploma;
e. hij op eigen verzoek of tengevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen binnen twee jaren na het beëindigen van de studie, zonder dat het door hem na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 3 afgelegde examen tot het behalen van een diploma heeft geleid.
Lid 2
a. De terugbetalingsverplichting op grond van het gestelde in het eerste lid, onder b, van dit artikel vervalt, indien voortzetting van de studie redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd.
b. Geen terugbetaling op grond van het gestelde in het eerste lid onder d en e, behoeft te geschieden, indien de ambtenaar aansluitend aan zijn ontslag een betrekking aanvaardt, waaraan het deelnemerschap in de zin van het pensioenreglement is verbonden. Indien op de datum van ingang van het ontslag van de in het eerste lid, onder d en e, bedoelde termijn van twee jaren ten minste één jaar is verstreken blijft de verplichting tot terugbetaling beperkt tot 1/24 gedeelte van de genoten bedragen voor iedere volle maand, die aan de termijn van twee jaren ontbreekt.
Lid 3
Het college kan de ambtenaar op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, ontheffen van de op hem rustende verplichting tot terugbetaling.