- - Het onderzoek van de geloofsbrieven van een nieuw benoemd raadslid, gebeurt door een commissie van drie door de voorzitter aangewezen leden van de raad. Bij tussentijdse benoeming wordt voor deze commissie geen lid aangewezen die tot de fractie van het nieuw benoemde lid hoort.
- - Een uit haar midden aangewezen lid van deze commissie brengt, zo mogelijk tijdens de vergadering, verslag uit van het onderzoek. Daarbij doet de commissie aan de raad een voorstel over de toelating van het nieuw benoemde raadslid.
- - De raad besluit daarna in dezelfde vergadering over de toelating van de benoemde, of, indien uitstel nodig wordt geacht om voor de besluitvorming noodzakelijke nadere informatie in te winnen, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip.
- - Nadat de commissie verslag heeft uitgebracht, wordt zij ontbonden.
- - De raadsvoorzitter roept vervolgens het toegelaten lid op om de eed of de belofte en verklaring af te leggen.
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 3 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon