**1..** Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan gebruikelijke hulp of hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
gebruik te maken van een algemene voorziening; of
door gebruik te maken van een andere voorziening.
**2..** Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**3..** Het college verstrekt geen individuele voorzieningen waarvan het effect niet wetenschappelijk onderbouwd is, tenzij een dergelijke voorziening in een individuele situatie toch het meest passend wordt geacht.
**4..** Als de aanvraag betrekking heeft op ondersteuning bij dyslexie verstrekt het college alleen een individuele voorziening als het gaat om diagnose en/of behandeling van kinderen met enkelvoudige ernstige dyslexie in de leeftijd tussen 7 en 12 jaar die (speciaal) basisonderwijs volgen.
**5..** Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van de criteria in het eerste tot en met het vierde lid.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 10
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2019