Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 11

Aanvullende criteria pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2019

1.. Als een jeugdige of zijn ouders in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format, waarbij hij aangeeft: wat hij met het pgb wenst in te kopen en welk resultaat hij wenst te behalen; waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; hoe hij de ondersteuning wenst te organiseren en de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening; op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd in het geval van informele hulp, waarbij de volgende kwaliteitseisen gelden: de hulpverlener dient een verklaring omtrent gedrag (niet ouder dan twee jaar) te kunnen overleggen, met uitzondering van bloed- en aanverwanten van jeugdige in de eerste en tweede graad; de hulpverlener kan de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden inschatten en kan aangeven wanneer professionele of specialistische hulp nodig is; de hulpverlener heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige voor hem niet tot overbelasting leidt; en de hulpverlener werkt actief samen met andere hulpverleners wanneer sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de jeugdige of betrokkenen; wat de te verwachten kosten zijn, onderbouwd in een begroting. 2.. Het pgb mag alleen besteed worden aan het doel waarvoor het is verstrekt. De volgende kosten zijn in ieder geval uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: Kosten voor bemiddeling. Kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers. Kosten voor het voeren van een pgb-administratie. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb. Kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. Woonlasten. 3.. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, behalve wanneer het gaat om behandeling (ggz/jeugd- en opvoedhulp). 4.. Een pgb moet binnen drie maanden na toekenning worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 5.. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel