Coördinatie op grond van de coördinatieverordening is alleen mogelijk als ten minste het besluit over een bestemmingsplan (of over een uitwerkingsplan / wijzigingsplan/afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3e) en het besluit over een omgevingsvergunning tot de te coördineren besluiten behoren. De omgevingsvergunning moet daarmee een plan zijn dat op het moment van indienen op grond van artikel 2.10 lid 1 sub c Wabo geweigerd zou moeten worden (vanwege strijdigheid met bestemmingsplan) en waarvoor alleen op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo vergunning verleend zou kunnen worden. Het bestemmingsplan dat de coördinatieregeling volgt, moet die strijdigheid opheffen, zodat de vergunning verleend kan worden. De coördinatieregeling mag op grond van deze verordening dus niet toegepast worden als de aanvraag past in het geldende bestemmingsplan.