1. Voor alle taken en activiteiten brengt het algemeen bestuur jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden.
2. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten.
3. Het algemeen bestuur ziet erop toe dat de begroting in evenwicht is.
4. Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.
5. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting wordt met gekwalificeerde meerderheid, bedoeld in artikel 17, tweede lid, vastgesteld.
6. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. Een wijziging van de begroting wordt met gekwalificeerde meerderheid, bedoeld in artikel 17, tweede lid, vastgesteld.
7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van de provincie Utrecht.
Hoofdstuk 4:
Artikel 43:
Begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht