Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 44:

Voorbereiding kaderbrief en begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht

1. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, tijdig voor de in artikel 43, tweede lid, bedoelde termijn, het algemeen bestuur een ontwerp aan voor de algemene financiële, in de begroting, en beleidsmatige kaders, in de kaderbrief, voor het komende begrotingsjaar. 2. Het dagelijks bestuur zendt de concept kaderbrief naar de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de concept kaderbrief naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de concept kaderbrief, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de kaderbrief schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 3. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, tijdig voor de in artikel 43, vijfde lid, bedoelde vaststelling, het algemeen bestuur een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van de regionale gezondheidsdienst en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 6. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vijfde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 7. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgevingen, bedoeld in het vierde lid 8. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten van de provincie Utrecht hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 9. . Het bepaalde in het tweede, derde, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van een of meerdere gemeenten, bedoeld in artikel 42, tweede en derde lid, en in het beleid en in de uitvoering van taken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel