Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
De gemeente verstrekt alleen leningen of garanties als het voor de uitvoering van de publieke taak noodzakelijk is.
Het college mag leningen of garanties uitsluitend verstrekken uit hoofde van de 'publieke taak'.
De gemeente gaat geen leningen aan met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten of derde partijen te bevoordelen.
Een lening of garantie wordt niet verstrekt indien:
geldnemer structureel niet in staat is de verschuldigde rente en aflossing te dragen;
geldnemer actief is in controversiële investeringen zoals de wapenindustrie.
Voordat de gemeente een lening of waarborg verstrekt dient altijd eerst worden bekeken of er een waarborgfonds bestaat voor een specifieke doelgroep waarop de gemeente mogelijk (deels) kan terugvallen.
Voor garantie komen alleen onroerende zaken in aanmerking, overige bestedingsdoelen zijn uitgesloten.
Bij het verstrekken van een garantie strekt deze alleen tot zekerstelling aan de geldverstrekker van de betaling van rente en aflossing indien een geldnemer in gebreke is gebleven.
Bij een garantie wordt geen afstand gedaan van de voorrechten die wettelijk aan een borg toekomen.
In een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de betaling van rente en aflossing.
Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet Fido.
De gemeente sluit ten gunste van het personeel of politieke ambtsdragers geen contracten met betrekking tot hypothecaire leningen of garanties op de verstrekking van hypothecaire leningen door andere financiële instellingen.
Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Op grond van artikel 17 uit de Financiële verordening Vijfheerenlanden, stelt het college bij de begroting en de jaarstukken een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitsplanning op. Dit betreft een korte termijn liquiditeitsplanning (looptijd tot één jaar) alsmede een meerjarige liquiditeitsplanning (met een looptijd van minimaal vier jaar).
Artikel 3.