• - De overtreding wordt geconstateerd/ er is een vermoeden dat een overtreding wordt gepleegd. Voor de bewijsvoering moet een verslag van de constatering/ het vermoeden worden opgesteld. Het verslag kan aan de overtreder worden opgestuurd.
  • - Onderzocht wordt of afstemming met handhavingspartners noodzakelijk is en of het college bevoegd is om op te treden. Als het bestuur bevoegd is om op te treden kan er een wrakingsbrief naar de betrokkene worden gestuurd. Bij spoedeisende gevallen worden de werkzaamheden direct stil gelegd (stillegbesluit).
  • - Er wordt onderzocht of de overtreding kan worden gelegaliseerd door het alsnog verlenen van een omgevingsvergunning. Kan dat, dan wordt de overtreder gevraagd een aanvraag in te dienen. Wil de overtreder geen (ontvankelijke) aanvraag indienen of wordt de aanvraag te laat ingediend, dan wordt alsnog een handhavingstraject opgestart.
  • - Het college stuurt een brief aan de overtreder, om de overtreding te laten beëindigen. Dit is de constateringsbrief. In deze brief wordt de overtreder de gelegenheid gegeven om binnen een vastgestelde termijn (begunstigingstermijn) de overtreding te beëindigen. Er kan ook gekozen worden voor het aangaan van een eerste gesprek met de overtreder. Deze keuze wordt per gemeente en afhankelijk van de situatie bepaald.
  • - Na afloop van de in de constateringsbrief genoemde termijn, wordt gecontroleerd of de overtreding is beëindigd. Van deze controle wordt een rapportage gemaakt. Als de overtreding is beëindigd, wordt de handhavingsprocedure beëindigd en het dossier gesloten. De overtreder wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld (afsluitingsbrief). Als de overtreding niet is beëindigd, wordt het dossier samen met de eventueel ontvangen zienswijze, overgedragen aan de juridisch medewerker.
  • - De juridisch medewerker gaat verder met het handhavingsproces.
  • - Voor het opstellen van de vooraankondiging (voornemen tot handhaving) wordt een afweging gemaakt voor de te nemen bestuurlijke maatregel. Deze maatregel kan een last onder dwangsom zijn of een last onder bestuursdwang.
  • - Er moet bij de vooraankondiging rekening worden gehouden met de relevante feiten. Alle belangen moeten worden afgewogen. Ook moet onderzocht worden of de op te leggen maatregel evenredig is aan het belang dat gediend wordt met handhaving. Dit valt onder het zorgvuldigheidsbeginsel. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de eisen die aan de overtreder worden gesteld. Het bestuur moet zich aan regels uit de wet houden bij het opleggen van een bestuurlijke maatregel.
  • - De vooraankondiging wordt naar de overtreder gestuurd. In deze brief wordt de overtreder nog een keer gevraagd de overtreding te beëindigen binnen een vastgestelde termijn. Ook krijgt de overtreder de gelegenheid om binnen een vastgestelde termijn mondeling of schriftelijk zijn of haar zienswijze te geven.
  • - Is er een zienswijze ontvangen, dan wordt deze beoordeeld. Wanneer de overtreding niet kan worden gelegaliseerd, kan worden overwogen of de overtreding actief wordt gedoogd. Gedogen gebeurt alleen in uitzonderingsgevallen. Als wordt besloten tot gedogen, wordt dit in een gedoogbeschikking schriftelijk verwoord. Aan de gedoogbeschikking kunnen voorwaarden worden verbonden. Wanneer er andere belanghebbenden zijn, worden deze schriftelijk geïnformeerd. Het is mogelijk om bezwaar te maken tegen de gedoogbeschikking.
  • - Na het ontvangen van zienswijze en eventueel overwegen van legalisatie/gedogen wordt opnieuw gecontroleerd of de overtreding is beëindigd. Van deze controle wordt een rapportage gemaakt.
  • - Als de overtreding is beëindigd, wordt de handhavingsprocedure beëindigd en het dossier gesloten. De overtreder wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Als de overtreding niet is beëindigd gaat het college verder met handhaven. Hiervoor wordt een besluit tot last onder dwangsom of last onder bestuursdwang per brief bekend gemaakt aan de overtreder. Aan de overtreder wordt in de beschikking aangegeven dat bezwaar tegen deze beschikking mogelijk is. De termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, begint op de dag nadat het besluit is verzonden en duurt zes weken.

    Afhankelijk van de aard van de overtreding en de overtreder wordt ook een besluit genomen op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb). Het besluit wordt dan aan de Wkpb-beheerder(s) doorgestuurd zodat het binnen vier dagen ingeschreven kan worden in het beperkingenregister van de gemeente.

  • - Na de verzending van het besluit volgt een begunstigingstermijn voor beëindiging van de overtreding. Wordt de overtreding niet beëindigd binnen deze termijn, dan verbeurt de dwangsom of wordt de bestuursdwang geëffectueerd. Dit betekent dat de dwangsom die is opgelegd betaald moet worden, of dat het college overgaat tot het feitelijk uitvoeren van de bestuursdwang. Ook kan bezwaar worden ingediend. Als bezwaar is ingediend en vervolgens gegrond verklaard, kan dit betekenen dat de handhavingsprocedure wordt beëindigd. Is dat het geval, dan wordt het bestreden besluit herroepen en het dossier gesloten. De overtreder wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Eventueel wordt de last onder dwangsombeschikking of bestuursdwangbeschikking ingetrokken.
  • - Na het verstrijken van de begunstigingstermijn wordt opnieuw gecontroleerd of de overtreding is beëindigd. Van deze controle wordt een rapportage gemaakt. Als de overtreding is beëindigd, wordt de handhavingsprocedure beëindigd en het dossier gesloten. De overtreder wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Eventueel wordt de last onder dwangsombeschikking ingetrokken. Als het handhavingsbesluit is ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister, wordt de vervallenverklaring aan de Wkpb-beheerder(s) doorgestuurd om binnen vier dagen in te schrijven in het gemeentelijke beperkingenregister.
  • - Als de overtreding niet is beëindigd, wordt de opgelegde dwangsom(men) verbeurd of bestuursdwang geëffectueerd. Aan de overtreder wordt een brief gezonden waarin wordt aangegeven dat één of meer dwangsommen zijn verbeurd en dat deze moeten worden betaald of dat de bestuursdwang wordt geëffectueerd. Wanneer de dwangsom niet of niet op tijd (binnen 6 weken) betaald wordt, wordt een invorderingsbeschikking opgesteld en bekendgemaakt. Als een belanghebbende daarom verzoekt, geeft het bevoegd gezag binnen vier weken die beschikking. In de beschikking wordt gemotiveerd vastgesteld dat de dwangsom is verbeurd en dat daardoor een geldschuld is ontstaan. Ook wordt vermeld dat tot invordering wordt overgegaan, omdat het bedrag niet binnen de wettelijke termijn is voldaan en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om niet in te vorderen. In het geval van bestuursdwang zal de gemeente zelf overgaan tot het beëindigen van de overtreding. De kosten die hierbij gemaakt worden zijn voor rekening van de overtreder. Door het opstellen van een kostenbeschikking wordt de hoogte van de gemaakt kosten aan de overtreder bekend gemaakt.Zowel tegen de invorderingsbeschikking als tegen de kostenbeschikking kan bezwaar worden gemaakt.
  • - Als ook het innen van de dwangsom niet leidt tot beëindiging van de overtreding, dan wordt beoordeeld of er opnieuw een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang moet worden opgelegd.