1. De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden ondergemandateerd aan de adjunct-directeuren en de hoofden van vier uitvoerde organisatie-eenheden, met uitzondering van:
a. de in het artikel 15 bedoelde mandaatregister opgenomen bevoegdheden die aan de gemeentesecretaris blijven voorbehouden;
b. de bevoegdheden die door de gemeentesecretaris rechtstreeks worden doorgemandateerd aan de betreffende functionarissen, voor zover dit voor een efficiënte uitvoering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht door de gemeentesecretaris.