Ieder lid kan de raad verlof vragen tot het houden van een interpellatie als bedoeld in artikel 155 lid 2 Gemeentewet.
Het verzoek dient een duidelijke omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen te bevatten. Het verzoek dient ten minste één week voor de vergadering schriftelijk en ondertekend ingediend te worden bij de voorzitter. In spoedeisende gevallen kan het verzoek worden ingediend uiterlijk de dag vóór die waarop de vergadering wordt gehouden.
De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek onmiddellijk schriftelijk ter kennis van de overige leden van de raad.
De interpellatie wordt in de eerstvolgende vergadering gehouden, tenzij de raad beslist dat zij in een volgende vergadering wordt gehouden.
De interpellatie vormt een agendapunt voor de vergadering. Het stellen van de vragen en de beantwoording vinden mondeling plaats. Na het antwoord vindt een behandeling in tweede instantie op de gebruikelijke wijze plaats.
Vervolgens kan elk lid voorstellen doen met betrekking tot het in de interpellatie aan de orde gestelde onderwerp. Deze voorstellen zijn onderwerp van beraadslaging als omschreven in artikel 27.
HOOFDSTUK
Artikel 41
- Interpellaties
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019