Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 40

- Mondelinge vragen

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019

Ieder lid kan aan de burgemeester of het college mondelinge vragen stellen. Daartoe wordt aan het begin van de raadsvergadering gedurende ten hoogste een half uur de mogelijkheid geboden. De raad kan in bijzondere gevallen besluiten dat meer tijd wordt ingeruimd voor het stellen van vragen. Het lid dat mondelinge vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp schriftelijk aan. De aanmelding moet plaatsvinden uiterlijk de dag voor die van de vergadering om 12.00 uur. Vragen die naar zijn oordeel vanwege onderwerp, omvang of onvoldoende actualiteit niet geschikt zijn om mondeling in een raadsvergadering te worden beantwoord, laat de voorzitter niet toe. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een of meer vragen te stellen aan het college of de burgemeester en daarop een beknopte toelichting te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester, kan de voorzitter de vragensteller en vervolgens de andere leden het woord verlenen voor een aanvullende vraag of een kort commentaar. Indien tijdens het vragenhalfuur een motie wordt ingediend, vindt hierover beraadslaging in één instantie plaats. Vragen die niet binnen de beschikbare tijd gesteld kunnen worden, komen te vervallen. De indiener kan het onderwerp voor het volgende vragenhalfuur opnieuw indienen bij de voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel