In een vergadering waarin een voorstel van de Commissie voor bezwaarschriften aan de orde wordt gesteld, kan een door deze commissie daartoe uit haar midden aangewezen lid een toelichting geven op het door de commissie uitgebrachte voorstel.
De beraadslagingen over het voorstel van de commissie vinden daarna plaats op de wijze als bedoeld in artikel 27, met dien verstande dat het in het vorige lid bedoelde commissielid in beide instanties in kan gaan op de beschouwingen van de leden, alvorens het lid van het college tot wiens portefeuille het desbetreffende onderwerp behoort, ingaat op het betoogde.
De voorzitter kan vervolgens nogmaals het woord verlenen aan het in het eerste lid bedoelde commissielid, waarna de vergadering tot besluitvorming overgaat.
HOOFDSTUK
Artikel 50
- Behandeling voorstellen van de Commissie voor bezwaarschriften
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019