Ieder lid kan aan een raadslid dat door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vermeld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing.
Ieder lid heeft het recht om een raadslid als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig. De regels voor het houden van een interpellatie, vermeld in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een lid van de raad er niet toe leidt dat het betrokken raadslid zijn ontslag uit genoemde functie indient, kan de raad besluiten tot ontslag.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing indien de in het eerste lid bedoelde aanwijzing betrekking heeft op de burgemeester, een wethouder of de secretaris.
HOOFDSTUK
Artikel 49
- Schriftelijke vragen; verantwoording; ontslag
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019