**1..** Bij subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot het beheer en gebruik van wat met de subsidie tot stand wordt gebracht.
**2..** Bij een subsidie welke verleend wordt voor (een) activiteit(en) die een jaar of meer in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het (meermaals) tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteit(en) en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
**3..** Het college kan bij subsidieverlening aan de subsidieontvanger de verplichting opleggen dat er prestatieafspraken in de vorm van een overeenkomst wordt afgesloten over de te leveren producten, activiteiten en/of prestaties.
**4..** Het college kan bij subsidieregeling of subsidieverlening ook andere verplichtingen opleggen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid van de wet als ze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
**5..** Het college kan bij subsidieregeling ook andere verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie opleggen, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
**6..** Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat een subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
**7..** De subsidieontvanger dient waar mogelijk de activiteiten af te stemmen op die van andere subsidieontvangers en met hen samen te werken indien het college daarvoor aanwijzingen geeft.
**8..** Bij subsidies vanaf € 5.000,00 doet de subsidieontvanger het college schriftelijk melding zodra aannemelijk is dat er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de begrote en de werkelijke uitgaven en inkomsten van de gesubsidieerde activiteit, en dat hierdoor de uitvoering van de activiteit in gevaar komt, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
**9..** De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet.
**10..** Indien door of namens de rijksoverheid na overleg met het college of door of namens het college onderzoekingen in relatie tot de verstrekte subsidie worden ingesteld, verleent de subsidieontvanger op verzoek van het college daaraan de nodige medewerking en geeft hierbij volledig inzicht in alle gevraagde informatie en documenten.
**11..** Het college kan bij de subsidieverlening aan de subsidieontvanger de verplichting opleggen dat deze in publicaties, persberichten en presentaties aangeeft dat de activiteiten mede tot stand zijn gekomen dankzij een financiële bijdrage van de gemeente Loon op Zand.
**12..** De subsidieontvanger verstrekt het college op verzoek die inlichtingen, die zij voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de subsidie noodzakelijk achten.
**13..** De subsidieontvanger is verplicht de administratie en daartoe behorende bescheiden gedurende vijf jaren na afloop van het boekjaar bewaard te houden.
Artikel 12.