Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een aanvrager c.q. subsidieontvanger toestaan of verplichten om (een) reserve(s) en/of voorziening(en) te vormen die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiegelden. 2.. De aanvrager c.q. subsidieontvanger neemt de reserve(s) en/of voorziening(en) op in de begroting en de jaarrekening met daarbij een omschrijving van het doel en onderbouwing van de noodzakelijke hoogte ervan. 3.. Het college houdt bij de beoordeling van de aanvraag en vaststelling van de subsidie rekening met de gevormde reserve(s) en/of voorziening(en) van de aanvrager c.q. subsidieontvanger. Het kan hierbij grenzen stellen aan de hoogte en de termijn van besteding van de opgebouwde reserve(s) en/of voorziening(en). 4.. Bij overschrijding van de in lid drie genoemde grenzen vordert het college de niet bestede/benodigde reserve(s) terug. 5.. Bij subsidieregeling kan het college van de voorgaande leden afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel