Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1.

Bestuur en toezicht binnen de gemeenschappelijke regeling

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidskader verbonden partijen 2019

De wettelijke bepalingen die voor gemeenten gelden zijn gericht op de goede werking van het openbaar bestuur inclusief de toezichthoudende functie. Dat uit zich in spelregels voor de verantwoordelijkheden en bevoegdheden en voor de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd. Voor een verbonden partij gelden dezelfde bepalingen als hierboven bedoeld als deze een publiekrechtelijke rechtspersoon is. In het geval van een gemeenschappelijke regeling zijn immers de bepalingen van de Gemeentewet van toepassing via bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Een gemeenschappelijke regeling is afwijkend waar het gaat om de inrichting van het bestuur. Het bestuur wordt namelijk niet direct gekozen maar benoemd vanuit de deelnemende partijen. Daarom heeft een openbaar lichaam een dagelijks bestuur, verantwoordelijk voor de uitvoering, een algemeen bestuur, dat aan het hoofd staat van het openbaar lichaam, en een voorzitter. Een bedrijfsvoeringsorganisatie heeft overigens geen geleed bestuur; er is maar één bestuursorgaan dat bestaat uit leden die zijn aangewezen door de colleges van de deelnemende gemeenten uit hun midden. Als de regeling getroffen is door de colleges van B&W, dan bestaat het algemeen bestuur uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen. Ingeval de regeling uitsluitend is getroffen door burgemeesters, vormen zij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, ingesteld bij een regeling die uitsluitend is getroffen door gemeenteraden, bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden, met uitzondering van de voorzitter, worden aangewezen. Combinaties zijn mogelijk. De bevoegdheden die bij het aangaan van de regeling worden overgedragen berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald. De leden van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling vertegenwoordigen in die functie het gemeenschappelijke belang van de verbonden partij. Basis daarvoor is primair het door het algemeen bestuur vastgesteld beleid inclusief de begroting van de gemeenschappelijke regeling zelf. De leden van het dagelijks bestuur zijn verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel