Uitgangspunt is dat een gemeenschappelijke regeling taken uitvoert voor en namens de deelnemers. Het is verlengd lokaal bestuur. Daarom is ook de bestuurlijke relatie tussen de verbonden partij en de deelnemers relevant. De leden van het algemeen bestuur vertegenwoordigen hun gemeente en zullen in hun beleidsvorming en uitvoering verantwoording moeten afleggen aan de gemeenteraad. Dit geldt ook bij college- of burgemeestersregelingen. In het verlengde daarvan mogen de bestuursorganen van de deelnemers verwachten dat zij actief worden geïnformeerd door de bestuurder van een gemeenschappelijke regeling als er belangrijke ontwikkelingen zijn, waaronder risico’s en externe ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleid en/of de financiële positie.
In het kader van de kaderstellende rol van gemeenteraden worden conceptbegrotingen van een gemeenschappelijke regeling naar de gemeenteraden gestuurd om deze in staat te stellen een zienswijze mee te geven op de inhoud van de begroting voordat de begroting wordt vastgesteld in het algemeen bestuur 11 Wet gemeenschappelijke regelingen art. 35, lid 3. Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling is niet verplicht de zienswijze op te volgen. Als het algemeen bestuur zienswijzen van gemeenteraden naast zich neer legt kan een zienswijze naar voren worden gebracht bij gedeputeerde staten van de provincie 12 Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 35, lid 4.
De jaarrekening, die wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van de verbonden partij, wordt ter kennisname aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.
De bestuurlijke relatie tussen gemeente en gemeenschappelijke regeling
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidskader verbonden partijen 2019