Informatie en de ondersteunende processen, systemen en netwerken zijn belangrijke bedrijfsmiddelen en dienen te worden beschermd. Deze middelen kunnen immers blootgesteld zijn aan risico’s zoals diefstal, beschadiging of onoordeelkundig gebruik. Van belang is dat alle relevante bedrijfsmiddelen bekend zijn, voorzien zijn van een eigenaar/hoofdgebruiker en voorzien zijn van geschikte veiligheidsmaatregelen. De procedures configuratiebeheer, dataclassificatie en de baselinetoets ondersteunen de organisatie om grip te houden op het beheer van bedrijfsmiddelen.
Informatie kan meer of minder gevoelig of kritisch zijn en voor bepaalde informatie kan een extra niveau van bescherming of een speciale verwerking nodig zijn. Voor dataclassificatie is de volgende tabel in het kader van de BIG van toepassing:
Het gemarkeerde deel is afgedekt door de BIG. Voor kritische informatie die daarbuiten valt, zijn aanvullende veiligheids- dan wel privacy maatregelen nodig. Deze komen in beeld aan de hand van een gedegen risicoanalyse. Het streven is om een zo passend mogelijk classificatieniveau te bepalen.
Het object van classificatie is informatie en classificatie vindt plaats op het niveau van werkprocessen en bijbehorende informatiesystemen. De eigenaar van de gegevens bepaalt het niveau van classificatie en houdt daarbij eveneens rekening met wettelijke eisen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.