Beschermd wonen betreft het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding. Vaak gaat het om een cluster van “gewone” woningen waar cliënten op kleine schaal bij elkaar wonen, begeleiding krijgen bij de structuur van hun dagelijks leven, bij regelzaken en bij het vinden van een passende daginvulling. Voor een deel van de cliënten is beschermd wonen een opstapje naar zelfstandig wonen.
Iemand wordt een beschermde woonplek geboden als hij psychische of psychosociale problemen en niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en in staat om zelfstandig te wonen. Beschermd wonen is meestal nodig voor de stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing en maatschappelijke overlast of voor het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. De problemen van cliënten liggen op allerlei leefgebieden. Dit kan variëren van problemen met financiën, dagbesteding, lichamelijke en geestelijke gezondheid, woonproblemen en relatieproblemen. Daarnaast kan sprake zijn van problemen met justitie of verslaving en ervaren deze personen beperkingen in hun dagelijks leven als het gaat om maatschappelijke participatie en hun sociaal netwerk. Een kenmerk van personen die beschermd wonen is dat de problematiek van deze personen complex en meervoudig is.
Behandeling staat bij een maatwerkvoorziening beschermd wonen niet op de voorgrond, maar wordt ambulant vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) aangeboden. Er geldt een overgangsrecht voor personen die per 1 januari 2015 een doorlopende indicatie hebben voor beschermd wonen. Dit betekent dat zij minimaal gedurende vijf jaar nog gebruik kunnen maken van hun indicatie. Of, als de lopende indicatie korter geldt, voor de nog resterende duur van die indicatie.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2