Opvang betreft het bieden van onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Bij dak- en thuislozen gaat het om het bieden van een dak en bed gedurende de/één nacht. Dit is een groep waarbij vaak meerdere, elkaar beïnvloedende problemen spelen. Daarnaast betreft het ook de vrouwenopvang en opvang bij huiselijk geweld. Vrouwen en eventuele kinderen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, eer gerelateerd geweld, loverboys, jeugdprostitutie of mensenhandel.
Aanbieders hebben een belangrijke rol in het bepalen van de noodzaak tot opvang. Aanbieders op het gebied van opvang en/of beschermd wonen kijken in samenspraak met een medewerker uit het zorgteam Koggenland of er sprake is van aanspraak op de maatwerkvoorziening. De betrokkenheid van het zorgteam Koggenland is van belang om inwoners ook gedurende een periode van verblijf onderdeel te laten vormen van de samenleving. Het zorgteam Koggenland vormt bovendien het belangrijkste aanspreekpunt voor inwoners die hulp nodig hebben en ondersteunt de cliënt waar nodig en gewenst bij het invullen van een passende vorm van ondersteuning.
Opvang wegens dak- thuisloosheid wordt geboden als iemand de Nederlandse nationaliteit heeft, of als vreemdeling rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, en feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische kliniek) of aan detentie. De persoon is in ieder geval 23 jaar of ouder heeft regiobinding, behoort tot de doelgroep van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) 7 meervoudige problemen door beperkte zelfredzaamheid en beschikt niet over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid kunnen opheffen. Voor opvang aan zwerfjongeren geldt als extra voorwaarde dat er sprake moet zijn van een minimale periode van drie maanden voorafgaand aan de aanmelding waarbij de zwerfjongere geen vaste woon- of verblijfplaats had of op drie verschillende plaatsen verbleef. De persoon is tussen de 18 en 22 jaar en heeft meervoudige problemen, met de toevoeging dat er sprake moet zijn van problemen op minimaal drie van de leefgebieden Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), licht verstandelijke beperking (LVB), werk/scholing en financiën.
Opvang wegens huiselijk geweld wordt geboden als de persoon de Nederlandse nationaliteit heeft, of als vreemdeling rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. De persoon is slachtoffer van huiselijk geweld, en vanwege aspecten van veiligheid heeft zij of hij de thuissituatie moeten verlaten, of als er sprake is van kindermishandeling, de persoon is 18 jaar of ouder (al dan niet met kinderen) en heeft geen mogelijkheden om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk, een veilige situatie te creëren.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3