Naar hoofdinhoud
1.. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de aanvrager op verzoek toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2.. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de aanvrager is verleend, bekostigt het college aan de aanvrager die een leerling zelf vervoert, dan wel laat vervoeren: een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer wanneer aanspraak zou bestaan op een vervoersvoorziening in de vorm van openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling Binnenland wanneer aanspraak zou bestaan op een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3.. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de aanvrager is verleend, wordt aan de aanvrager die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoert, dan wel laat vervoeren, een bedrag verstrekt op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4.. Aan de aanvrager die één of meer leerlingen laat vervoeren door een andere aanvrager die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangt, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 5.. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling – al dan niet onder begeleiding - gebruik kan maken van vervoer per fiets, bekostigt het college aan de aanvrager ten behoeve van de leerling en indien van toepassing diens begeleider, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling Binnenland.

Rechtspraak bij dit artikel