**1..** Aan de aanvrager van leerlingenvervoer voor een leerling die een school zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a bezoekt, van wie het inkomen meer bedraagt dan € 26.100,-, wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** Indien het college een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer verstrekt, betaalt de aanvrager van leerlingenvervoer voor een leerling die een school als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand wanneer het inkomen van de aanvrager meer bedraagt dan € 26.100,-.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 8 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
**4..** Het bedrag van € 26.100,-, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt vanaf 1 januari 2019 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 26.100,-.
**5..** Dit artikel is niet van toepassing op leerlingen die als gevolg van hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken.