Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Vertrouwenspersoon integriteit en ongewenste omgangsvormen

Onderdeel van Regeling melden vermoeden misstand gemeente Haarlem 2019

1.. Het college van burgemeester en wethouders wijst – op voordracht van de directie en de ondernemingsraad gehoord – een of meer vertrouwenspersonen aan. 2.. De vertrouwenspersoon is toegankelijk voor onderwerpen en kwesties op zowel het terrein van integriteit als van ongewenste omgangsvormen. Voor ongewenste omgangsvormen is de Klachtenregeling Ongewenste Omgangsvormen van toepassing. 3.. De vertrouwenspersoon heeft tot taak: het aanhoren van een medewerker wiens integriteit in het geding is of dreigt te geraken en hem desgevraagd adviseren over de wijze waarop hij hiermee kan omgaan; het aanhoren en desgevraagd adviseren van een medewerker over de wijze waarop hij kan omgaan met een klacht over ongewenste omgangsvormen of over een bij hem aanwezig vermoeden van een misstand in de organisatie; het op verzoek begeleiden van medewerkers die een melding van een vermoeden van een misstand of een klacht in het kader van ongewenste omgangsvormen hebben gemaakt. 4.. De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die deze in hoedanigheid van vertrouwenspersoon verneemt. De plicht tot geheimhouding vervalt niet na beëindiging van de werkzaamheden als vertrouwenspersoon. Tenzij de wet anders bepaalt, is de vertrouwenspersoon niet gehouden ten opzichte van derden informatie te geven waarover geheimhouding bestaat. 5.. De werkgever zal geen van de vertrouwenspersonen verplichten om hem te informeren noch voor de werkgever te getuigen over de zaken die zij in hoedanigheid van vertrouwenspersoon hebben vernomen.

Rechtspraak bij dit artikel