De landelijke CROW-richtlijnen geven een minimum en een maximum parkeerkencijfer aan dat gehanteerd kan worden als basis voor de vaststelling van een specifieke parkeernorm. Dit hoofdstuk geeft de analyse weer over welke parkeernorm binnen de range tussen minimum en maximum parkeerkencijfer in Meierijstad zal worden aangehouden. Tevens wordt een toelichting gegeven over fietsparkeernormen.
2.1 Uitgangspunten
Hoofddoel van het opstellen en hanteren van parkeernormen is het voorkomen van een te hoge parkeerdruk in de openbare ruimte door nieuwe ontwikkelingen. Voordat wordt ingegaan op de parkeernormen is het belangrijk enkele uitgangspunten vast te stellen.
Parkeernormen niet van toepassing op de bestaande omgeving
Op de parkeervraagstukken (zoals bijvoorbeeld bestaande parkeerdruk) in een bestaande (woon)omgeving zijn de normen uit deze nota niet van toepassing. De reden hiervoor is dat bestaande (woon)omgevingen zijn ontwikkeld en gerealiseerd op basis van oudere normen. Oplossingen voor deze parkeervraagstukken is maatwerk en in veel gevallen alleen te realiseren met een integrale aanpak, bijvoorbeeld door bij een reconstructie te kijken of extra parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd.
Parkeernormen wel van toepassing op nieuwe ontwikkelingen
Als uitgangspunt geldt dat nieuwe ontwikkelingen meer parkeerdruk zullen genereren. De normen in deze nota zijn dan ook van toepassing op nieuwe ontwikkelingen, zoals:
nieuwbouw;
splitsing van een woning in meerdere woningen c.q. wooneenheden;
gehele en gedeeltelijke verbouwing van een pand met een bestemmingswijziging of
afwijking waarbij het nieuwe gebruik/de nieuwe functie een meer verkeersaantrekkend karakter heeft;
vergroting van een pand, waarbij de vergroting zal leiden tot een verhoogde vraag naar parkeercapaciteit
Bestemmingsplan
In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en de bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied. Bij het opstellen van een dergelijk plan moet worden geborgd dat er voldoende ruimte beschikbaar is om de benodigde parkeeroplossingen te faciliteren. Daarbij maakt de gemeente Meierijstad onderscheid in twee soorten bestemmingsplannen: nieuwe ontwikkelingsplannen en zogenaamde conserveringsplannen.
In nieuwe ontwikkelingsplannen kan de gemeente invloed uitoefenen op het gebruik van de ruimte. Bij deze plannen toetst de gemeente of er voldoende ruimte in het ontwikkelingsgebied is om de toekomstige parkeervraag van de functies in het plan op te vangen. Daarbij worden met de ontwikkelaar afspraken gemaakt hoe deze parkeervraag wordt opgevangen.
In de conserveringsplannen legt de gemeente de bestaande situatie vast. Het opnieuw toetsen van het parkeren is dan niet aan de orde. Aanvragen van een omgevingsvergunning binnen conserveringsplannen worden in een later stadium wel getoetst aan deze nota.
Wijziging van gebruik en uitbreiding van een bestaande functie
Aantal te realiseren parkeerplaatsen = parkeerbehoefte op basis van nieuwe functie minus parkeerbehoefte van oude functie. Anders gezegd moet de nieuwe ontwikkeling voorzien in de extra parkeerdruk die de nieuwe ontwikkeling genereert.
Let wel: het gaat hier om de parkeerbehoefte die is berekend op basis van de op dat moment geldende parkeernormen, ook voor wat betreft de parkeerbehoefte van het oude gebruik. Bij uitbreiding van bebouwing en/of bij wijziging van gebruik is het dus niet vereist het eventueel bestaande tekort aan parkeerplaatsen te compenseren bij de aanleg van de nieuwe benodigde parkeervoorzieningen. Om de parkeerbehoefte te bepalen wordt er gesaldeerd.
Gecombineerde functies
Het komt regelmatig voor dat een pand meerdere functies heeft. Mocht in het bestemmingsplan een ruime functieomschrijving worden toegepast, dan wordt uitgegaan van de functie met de hoogste parkeernorm bij het bepalen van de benodigde parkeerruimte. Als in de praktijk blijkt dat voor het gebruik van het pand de hoogste parkeernorm vooralsnog niet nodig is, kan worden besloten om nog niet over te gaan tot het daadwerkelijk realiseren van de parkeerplaatsen volgens die norm, maar de hiervoor benodigde ruimte te reserveren voor parkeergelegenheid. Op deze manier is bij wijziging van gebruik van het pand, nog altijd voldoende ruimte beschikbaar om de benodigde parkeergelegenheid te realiseren.
Koppelen parkeervoorziening
Er zijn situaties waarin een rechtstreekse koppeling tussen woningen en parkeerplaatsen ontbreekt tenzij deze expliciet wordt vastgelegd. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan een appartementencomplex met een parkeergarage. Om te voorkomen dat dergelijke woningen worden gekocht of gehuurd zonder een bijbehorende parkeerplaats, is het belangrijk een koppeling te regelen tussen de koop- of huurovereenkomst en de voor de functie bedoelde parkeerplaatsen.
2.2 Gebiedsindeling
De theoretische parkeernormen bestaan uit een uitgebreide reeks van parkeerkencijfers met een minimum en maximum parkeernorm. Deze zijn omschreven in publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”(CROW, oktober 2012)’, waarin onderscheid wordt gemaakt in:
stedelijkheidsgraad: uiteenlopend van ‘zeer sterk stedelijk’ tot ‘niet stedelijk’;
stedelijke zone: ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’, ‘buitengebied’;
type voorziening: wonen, werken, winkelen/boodschappen, sport/cultuur/ontspanning, horeca/(verblijfs-)recreatie, gezondheidszorg/(sociale) voorzieningen en onderwijs.
Stedelijkheidsgraad
Publicatie 317 van het CROW onderscheidt de volgende 5 klassen van stedelijkheidsgraad:
Stedelijkheidsgraad
Adressen per vierkante
kilometer
Zeer sterk stedelijk
> 2.500
Sterk stedelijk
1.500 - 2.500
Matig stedelijk
1.000 - 1.500
Weinig stedelijk
500 - 1.000
Niet stedelijk
0 - 500
Bron: Publicatie 317 CROW “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”
Aan de hand van het aantal adressen per vierkante kilometer kan voor Meierijstad als geheel en voor de verschillende kernen binnen de gemeente de stedelijkheidsgraad worden vastgesteld. Dat geeft het volgende beeld:
Kern
Stedelijkheidsgraad
Meierijstad
Weinig stedelijk
Veghel
Matig stedelijk
Schijndel
Matig stedelijk
Sint-Oedenrode
Weinig stedelijk
Wijbosch
Niet stedelijk
Erp
Niet stedelijk
Nijnsel
Niet stedelijk
Mariaheide
Niet stedelijk
Zijtaart
Niet stedelijk
Eerde
Niet stedelijk
Boskant
Niet stedelijk
Keldonk
Niet stedelijk
Olland
Niet stedelijk
Boerdonk
Niet stedelijk
Bron adressen per vierkante kilometer: CBS
Naarmate de stedelijkheidsgraad afneemt worden de parkeerkencijfers hoger. Anders gezegd zijn de parkeerkencijfers voor een voorziening in een sterk stedelijk gebied lager dan in een matig of niet stedelijk gebied. Dit houdt onder andere verband met de bereikbaarheid van het gebied voor de verschillende mobiliteiten.
Als we in publicatie 317 van het CROW de kencijfers voor “matig stedelijk” vergelijken met die voor “weinig stedelijk” zijn de verschillen relatief groot. De parkeerkencijfers voor “weinig stedelijk” komen vrijwel over de gehele linie overeen met de cijfers van “niet stedelijk”. Alleen de cijfers van winkelvoorzieningen blijken bij “niet stedelijk” een fractie hoger dan de cijfers die behoren bij “weinig stedelijk”.
Een en ander leidt tot de keuze om niet uit te gaan voor parkeernormen voor de gehele gemeente Meierijstad, maar onderscheid te maken tussen parkeernormen voor “matig stedelijk” (Veghel, Schijndel) en “weinig stedelijk” (overige kernen).
Stedelijke zone
Voor het bepalen van de parkeernorm is ook de ligging van de locatie van belang. Het CROW maakt voor de parkeernormen onderscheid in ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Naarmate de zone verder van het centrum is gelegen wordt de parkeernorm over het algemeen hoger. Vanwege de omvang van de kernen, het vrij beperkte aanbod van andere vervoerswijzen zoals goed kwalitatief openbaar vervoer en het ontbreken van een regionale functie is er in de kernen van de gemeente Meierijstad geen sprake van een centrum zoals bedoeld in de CROW-publicatie 317. Voor de parkeernormen in de centra van de kernen van Meierijstad is daarom gekozen voor een parkeernorm, vergelijkbaar met de CROW-parkeernorm voor schil/overloopgebied centrum.
Onder “buitengebied” wordt verstaan het gebied dat buiten de verkeerskundige bebouwde kom ligt. In Meierijstad wordt dan onderscheid gemaakt in centrum (met normering volgens schil/overloopgebied centrum), rest bebouwde kom en buitengebied.
Voor een nadere duiding van het centrumgebied verwijzen we naar bijlage 1.
2.3 Hoogte parkeernorm
Autobezit
Een belangrijk gegeven om de parkeersituatie te kunnen beoordelen, is het autobezit. Een hoog autobezit leidt immers tot een hoge parkeerdruk. Het autobezit in Meierijstad, een aantal omringende gemeenten, de provincie en geheel Nederland is in onderstaande tabel weergegeven.
Gebied
Autobezit per 1000 inwoners
Nederland
481
Noord Brabant
537
Meierijstad
538
Uden
555
Oss
508
Bron: CBS 2017
Afweging
De afgelopen 20 jaar is het autobezit per huishouden met 25 procent toegenomen.
Het autobezit zal de komende jaren nog verder toenemen. Daarnaast wordt de parkeerduk stelselmatig hoger omdat bij nieuwe ontwikkelingen voor de bestaande situatie gerekend wordt met de nieuwe normen terwijl die met oude, veelal lagere normen zijn aangelegd. Een en ander pleit voor een hoge parkeernorm. Wij willen die verantwoordelijkehijd voor achterblijvend parkeeraanbod echter niet bij de ontwikkelaars van nieuwe plannen leggen.
Meierijstad is van mening dat het midden van de bandbreedten bij de respectieve kengetallen behoort bij het gemiddelde autobezit in Nederland. De provincie Noord Brabant behoort met 537 personenauto’s per 1.000 huishoudens tot de provincies met de grootste autodichtheid per 1000 huishoudens. Daarom kiezen wij voor een parrkeernorm die ligt tussen het gemiddelde en het maximum van de bandbreedte van de CROW parkeerkencijfers.
Alleen voor supermarkten wordt het gemiddelde van de bandbreedte als norm gehanteerd.
Met deze lagere norm per 100 vierkante meter BVO wordt ingespeeld op de tendens om in supermarkten meer ruimte voor de klant te reserveren. Bij gelijkblijvend VVO wordt het BVO groter. Die ontwikkeling legitimeert een wat lagere norm.
De parkeernormen zijn in bijlage 2 (Schijndel, Veghel) en bijlage 3 (overige kernen) per voorziening en gebiedsindeling terug te vinden, inclusief de rekenregels en mogelijkheid van dubbelgebruik. De weergegeven parkeernorm is inclusief bezoekersparkeren. Onder bezoekersparkeren wordt parkeergelegenheid bedoeld die openbaar toegankelijk moet zijn.
2.4 Fietsparkeernormen
In Nederland worden veel ritten op de fiets gemaakt. Daarbij is het noodzakelijk om de fiets ook ergens te parkeren. Voor nieuwe voorzieningen, waarvoor een omgevingsvergunning, benodigd is, gaat naast een parkeereis voor auto’s ook een parkeereis gelden voor fietsers (zie bijlage 3).