Het uitgangspunt is dat de toename van de parkeervraag door een nieuwe ontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Als uit de ingediende parkeerbalans blijkt dat het aantal parkeerplaatsen niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd, is het mogelijk hiervan op 2 manieren af te wijken:
parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte (zie hierna 3.1);
aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte (zie hierna 3.2).
Daarnaast geldt de eis van voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein. Als de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate op eigen terrein kunnen worden voorzien.
Bij openbare gelegenheden, openbare gebouwen en seniorencomplexen dient per 50 parkeerplaatsen een gehandicaptenparkeerplaats te worden aangelegd.
3.1 Parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte
Wanneer in de omgeving van een nieuwe ontwikkeling nog parkeergelegenheid beschikbaar is, kan wellicht een deel van de parkeerdruk voor de ontwikkeling op de omgeving worden afgewenteld. Om die mogelijkheid aan te tonen is een parkeeronderzoek nodig.
Het parkeeronderzoek moet voor een ruim gebied rond de ontwikkeling worden uitgevoerd. Hierbij moet rekening worden gehouden met aanwezigheidspercentages en acceptabele loopafstanden zoals die door het CROW worden gehanteerd. Dit kan per keer verschillen omdat het afhankelijk is van de voorzieningen waarvoor het onderzoek moet worden uitgevoerd. Een centrumgebied kent andere voorzieningen waarvoor langere loopafstanden acceptabel zijn dan een woonwijk.
De bezettingsgraad in de omgeving mag, inclusief de nieuwe ontwikkeling, niet hoger worden dan 85%. Het parkeeronderzoek moet worden uitgevoerd door een onafhankelijk Het uitgevoerde parkeeronderzoek dient door de gemeente te worden goedgekeurd. Voert de gemeente dit onderzoek uit of laat de gemeente dit onderzoek uitvoeren ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling, dan zullen de kosten worden doorberekend aan de initiatiefnemer.
3.2 Aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte
Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te vangen met de bestaande parkeerplaatsen, kan worden onderzocht of er mogelijkheden zijn om parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. De gemeente dient de aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte goed te keuren. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehouden worden met:
de door het CROW aangehouden acceptabele loopafstanden (bijlage 3);
het feit dat de aanleg van parkeerplaatsen niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de omgeving.
De kosten voor het realiseren van deze openbare parkeerplaatsen komen geheel ten laste van de initiatiefnemer.