De Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2019 geeft uitvoering aan de Jeugdwet. Deze wet maakt onderdeel uit van de bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van de jeugdzorg, de jeugd-ggz, de zorg voor jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking en de begeleiding en persoonlijke verzorging van jeugdigen. Daarnaast wordt met deze wet een omslag gemaakt van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg (aanspraak), naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten (voorziening). Dit vindt op eenzelfde wijze plaats, zoals eerder is gebeurd met de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo 2015).
Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg worden hierbij
vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk).
Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd overeind: jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, met als uiteindelijk resultaat te bereiken dat de eigen kracht van de jeugdige en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin wordt versterkt.
De Jeugdwet schrijft voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige (jeugdhulp) voorzieningen:
met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;
over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen;
over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb) wordt vastgesteld;
voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Jeugdwet;
over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet;
ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Jeugdwet door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.
In het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022 is het door het gemeentebestuur te voeren beleid vastgesteld met betrekking tot preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
De Verordening jeugdhulp is 18 december 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. In de verordening wordt de mogelijkheid voor het college gecreëerd om via de nadere regels zaken uit te werken. Hierbij valt te denken aan een nadere nuancering van de overige voorzieningen, de individuele voorzieningen, het pgb, het vervoer en het betrekken van ingezeten bij het beleid.
Het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022, de verordening, de nadere regels en de beleidsregels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
In deze beleidsregels worden een aantal begrippen nader geduid en toegelicht.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2