Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen burgemeester en wethouders aanvullende voorwaarden en voorschriften verbinden, over onder andere:
een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte;
de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden;
de leefbaarheid;
minimale gebruiksoppervlakte van de woonruimte;
geluidsisolatie-eisen;
goed verhuurdersschap;
het voorkomen van overlast en
de omgevingsvergunning.
HOOFDSTUK 3. › § 3.1
Artikel 18.