Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende belang;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, of
de onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
vergunningverlening zou leiden tot strijd met de voorschriften uit het bouwbesluit en/of
vergunningverlening zou leiden tot strijd met het bestemmingsplan.
HOOFDSTUK 3. › § 3.1
Artikel 19.