**1..** Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 15 april de ontwerpbegroting van het openbaar lichaam voor het komende kalenderjaar met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen voor de drie daarop volgende jaren aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
**2..** De ontwerpbegroting met de beleidmatige en financiële meerjarenramingen wordt door de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
**3..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**4..** Het dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, maar in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
**5..** Nadat deze is vastgesteld, stuurt het algemeen bestuur de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**6..** Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing.
**7..** Het bestuur geeft de deelnemende gemeenten de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te geven over begrotingswijzigingen. Een begrotingswijziging blijft achterwege voor uitgaven die binnen de eigen begroting kunnen worden opgevangen en/of die geen structurele gevolgen hebben voor de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren.
**8..** Het dagelijks bestuur heeft, in geval van dringende spoed, de bevoegdheid tot het doen van uitgaven buiten de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting om. Bedoelde uitgaven dienen echter onvermijdbaar te zijn op grond van de bestaande bedrijfsvoering, vastgesteld in de begroting. Het dagelijks bestuur legt ten aanzien van de in dit kader gedane eenmalige uitgaven verantwoording af aan het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering van genoemd algemeen bestuur. In het geval van structurele uitgaven vindt verantwoording aan het algemeen bestuur plaats middels het tussentijds aanbieden van een begrotingswijziging.
HOOFDSTUK 7:
Artikel 24:
Begrotingsprocedure
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling afvalstoffenverwijdering Zeeland