Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7:

Artikel 25:

Bijdrage van de gemeenten

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling afvalstoffenverwijdering Zeeland

1.. De kosten verbonden aan de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam wordt per activiteit over de gemeenten omgeslagen: in verhouding tot de werkelijke hoeveelheid (tonnen of stuks) van de door elke gemeente aangeboden afvalstroom: of in verhouding tot het aantal inwoners van de gemeenten. In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het Openbaar Lichaam afvalstoffenverwijdering Zeeland. 2.. Het algemeen bestuur bepaalt per activiteit welke omslag toegepast wordt. 3.. Maandelijks worden voorschotbedragen in rekening gebracht betreffende de verwerking van de door elke gemeenten aangeboden afvalstroom, waarbij, indien relevant, wordt uitgegaan van de werkelijk geleverde hoeveelheden afval. Van de overige activiteiten wordt jaarlijks een voorschotbedrag een rekening gebracht. 4.. Elke gemeente is verplicht het bedrag, dat uit de omslag voor haar resulteert, aan het openbaar lichaam te voldoen. 5. . De gemeenten op Walcheren, Zuid-Beveland, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland en Tholen zijn verplicht de door hen volgens de begroting aan het openbaar lichaam verschuldigde jaarlijkse bijdragen in de transportkosten bij wijze van voorschot te voldoen en wel in de maanden april en oktober, telkens voor de helft. Bij de vaststelling van de rekening over het betreffende dienstjaar worden de voor de gemeenten op Walcheren, Zuid-Beveland, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland en Tholen verschuldigde bijdragen definitief vastgesteld. Bij vaststelling van de begroting voor het volgende dienstjaar, voor 1 juli van elk jaar stelt het algemeen bestuur vast: per gemeente op Walcheren, Zuid-Beveland, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland en Tholen het bedrag, aangevende de kosten per ton groen-, gft- en restafval, wegens transport van die stoffen van de gemeente naar de brenglocatie, over het laatst verstreken dienstjaar; het bedrag, aangevende de gemiddelde kosten per ton groen-, gft- en restafval, wegens transport van die stoffen van de onderscheiden gemeenten naar de brenglocatie, over het laatst verstreken dienstjaar. Elk der gemeenten, voor welke het bedrag, bedoeld in c, onder 1, lager is vastgesteld dan het bedrag, bedoeld in c, onder 2, draagt aan het openbaar lichaam af een bedrag, hetwelk wordt bepaald door vermenigvuldiging van het verschil tussen de bedragen 1 en 2 voornoemd, en het aantal tonnen groen-, gft- en restafval dat van de betreffende gemeente tijdens het laatst verstreken dienstjaar op de brenglocatie is geaccepteerd. Elk der gemeenten voor welke het bedrag, bedoeld in c, onder 1, hoger is vastgesteld dan het bedrag, bedoeld in c, onder 2, ontvangt van het openbaar lichaam een bedrag, hetwelk wordt bepaald door vermenigvuldiging van het verschil tussen de bedragen 1 en 2 voornoemd, en het aantal tonnen groen-, gft- en restafval dat van de betreffende gemeente tijdens het laatst verstreken dienstjaar op de brenglocatie is geaccepteerd. 6.. Het gestelde in het vijfde lid kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de deelnemende gemeenten in Zeeuwsch-Vlaanderen. 7.. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 8.. Indien aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Provinciewet.

Rechtspraak bij dit artikel