Naar hoofdinhoud
Voor de toetsing van aanvragen omgevingsvergunning voor een antenne-installatie is een helder kader nodig. In dit hoofdstuk wordt dit kader gegeven in de vorm van uitgangspunten waaraan een aanvraag voor de bouw van een antenne-installatie moet voldoen. Hiernaast geldt ook de wet- en regelgeving op basis van de Wabo. Voor de locatiekeuze is het zoekgebied leidend. Het zoekgebied is gebaseerd op de dekkingsgraad en kwaliteit van het mobiele netwerk, van een provider, in een bepaald gebied. Het zoekgebied wordt aangegeven door de provider. De aanvrager moet een ruimtelijke onderbouwing aanleveren bij zijn aanvraag. Hieruit moet blijken dat en hoe aan onderstaande uitgangspunten uit paragraaf 5.1. tot en met 5.3. wordt voldaan. Daarnaast moet de aanvrager bereid zijn een planschadeverhaalsovereenkomst af te sluiten met het bevoegd gezag (zie paragraaf 3.3). 5.1.Uitgangspunten algemeen Omgeving informeren Voorafgaand aan de indiening van een aanvraag omgevingsvergunning dient de aanvrager actief de omgeving te horen en te informeren (zie paragraaf 6.1). Site sharing Het streven is maximale site-sharing. De plaatsing op bestaande masten of andere bestaande bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, lichtmasten en hoge gebouwen heeft nadrukkelijk de voorkeur. Hierbij moet over de gemeentegrens heen worden gekeken. Bestaande bebouwing/ nieuwbouw Het streven is aansluiting zoeken bij bestaande bebouwing of elementen. Bij plaatsing op nieuwbouw moet integratie van de installatie worden onderzocht. 5.2.Uitgangspunten voor de antenne-installatie Bereikbaarheid Voor het beheer en onderhoud van een antenne-installatie is bereikbaarheid noodzakelijk. Een locatie moet via bestaande infrastructuur bereikbaar zijn. Een opstelpunt mag in geen geval van invloed zijn op de verkeersveiligheid. Het opstelpunt moet in beginsel bereikbaar zijn via het gemeentelijk wegennet. Toegankelijkheid via rijkswegen en provinciale wegen mag uitsluitend plaatsvinden nadat toestemming van die wegbeheerder is verkregen. Deze toestemming moet bij de aanvraag om een omgevingsvergunning overlegd worden. Waardevolle objecten Antenne-installaties mogen geen onevenredige afbreuk doen aan de waarde van monumentale gebouwen of beschermde gebieden. De aanvrager moet het effect van de plaatsing op of bij een monument of cultuur-historisch gebouw laten onderzoeken. Vormgeving en detaillering Antennemasten moeten op een verantwoorde manier worden ingepast in de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door een zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze van de antennemast. Dit geldt ook voor de bijbehorende technische installaties en bedrading. De mate van detaillering toont zich met name door de gekozen technische oplossingen. Deze toetsing wordt gedaan door de commissie ruimtelijke kwaliteit (welstand) van het Gelders Genootschap. 5.3.Uitgangspunten voor de locatiekeuze Laagvliegzone Boven het grondgebied van de gemeente Berkelland liggen twee laagvliegzones voor jacht- en transportvliegtuigen. Bij plaatsing van masten hoger dan 30 meter binnen deze zone moet de aanvrager goedkeuring vragen bij het Ministerie van Defensie. De aanvrager moet deze toestemming bij de aanvraag om een omgevingsvergunning kunnen aantonen. Bebouwde kom (bebouwd gebied) Bij de locatiekeuze is het streven om de visuele impact zoveel mogelijk te beperken. Bij voorkeur worden er daarom geen antennemasten geplaatst op locaties waar sprake is van een concentratie van bewoners. Voor een goede inpassing in de omgeving moet worden aangesloten op de bestaande structuur. Hierbij moeten de volgende aspecten in acht genomen worden: Aansluiten bij (eventueel) aanwezige omliggende bebouwing; Aansluiten bij (eventueel) aanwezige infrastructurele elementen; Situering op het perceel; Zichtlijnen op de antennemast; Afscherming/ beplanting. Toelichting Bij de plaatsing van antennemasten in de bebouwde kom moet voor de locatiekeuze onderstaande volgorde aangehouden worden: Bedrijventerrein Op een bedrijventerrein is de bebouwingsstructuur grootschalig en de concentratie van bewoners in de directe omgeving beperkt. Inpassing van een antenne-installatie is bij aanwezige industriële bebouwing makkelijker te realiseren. Wanneer plaatsing op een bedrijventerrein niet mogelijk is, kan aansluiting worden gezocht worden bij een locatie met een maatschappelijke/recreatieve functie. Maatschappelijke/ recreatieve functie Dergelijke locaties liggen meestal aan de rand van het dorp en hebben een minder strak en gestructureerd bebouwingsbeeld. Bij dergelijke locaties is er vaak sprake van relatief veel onbebouwde ruimte. Daarnaast zijn deze locaties veelal (deels) met groene inplant van de omgeving afgescheiden. Deze aspecten bieden mogelijkheden voor het verantwoord inpassen van een antennemast op deze locaties. Wanneer plaatsing bij een maatschappelijke functie binnen de bebouwde kom niet mogelijk is, kan aansluiting gezocht worden bij een infrastructurele functie. Infrastructurele functie Bij een infrastructurele functie ligt de aandacht op lijnvormige structuur. Hierin zijn vaak opgaande elementen (verlichting/ aanduidingsborden) aanwezig. In deze structuur met opgaande elementen kan een antennemast opgenomen worden. Met name de doorgaande wegen rondom en aan de rand van de bebouwde kom zijn de aangewezen zoeklocaties. Bij dergelijke infrastructurele locaties is de lijnvormige structuur vaak goed waarneembaar door de minder volgebouwde ruimte. Dit in tegenstelling tot de infrastructurele locaties meer richting het centrum van de bebouwde kom, waar de bebouwing relatief dicht op deze infrastructurele locaties staat. Wanneer plaatsing bij een infrastructurele functie binnen de bebouwde kom ook niet mogelijk is, kan er bij hoge uitzondering een locatie bij een woonfunctie gezocht worden. Dorp, woon- en centrumgebied Plaatsing van een antennemast bij een woonfunctie in dorp, woongebied of centrumgebied is alleen bij hoge uitzondering mogelijk. Er moet worden aangetoond dat er geen alternatieven zijn bij bovenstaande functies. Dit moet onderbouwd worden met dekkingsgegevens (radioplots) van het netwerk van de provider (aanvrager). Vrijstaande antennemasten, van circa 40 meter hoog, zijn uit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk in een woongebied. De schaal en hoogtemaat van dergelijke antennemasten hebben een grote impact op de kleinschalige bebouwingstructuur in de woongebieden. Antennemasten moeten daarom zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst worden voor de bewoners van deze gebieden. Hieronder voorbeelden van hoe een antennemast kan worden ingepast binnen de bebouwde kom. Deze voorbeeld-locatie is aan de Hoflaan in Borculo. Het betreft een perceel aan de rand van de bebouwde kom van Borculo. De antennemast is hier geplaatst op het parkeerterrein van een sportterrein. Op deze locatie is geen strak en gestructureerd bebouwingsbeeld aanwezig. De verschillende gebouwen, die relatief klein zijn, staan verspreid in het gebied. De verschillende functies zijn deels van elkaar gescheiden door lijnvormige groen elementen. Daarnaast vormen de solitaire bomen een opvallend detail in dit open beeld. De mast staat open in het beeld en sluit hiermee aan bij de opgaande elementen. Deze voorbeeld-locatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Borculo. Er is hier sprake van een overgang tussen landschap en bebouwde kom. De mast is geplaatst langs de provinciale weg. Een ruime zone van beplanting vormt de buffer tussen rondweg en bewoond gebied. De mast valt vooral op vanaf de rondweg. Er is bij de inpassing van de antennemast aangesloten bij de bestaande infrastructurele elementen in de omgeving. Ter plaatse is er een lijn aan verticale elementen (lantaarnpalen) langs de weg aanwezig. De mast is ook als een zichtbaar verticaal element in een gelijke kleurstelling langs de weg geplaatst. 9.Buitengebied (Landschap) De in Provinciaal beleid (Omgevingsverordening Gelderland) als Gelders Natuur Netwerk (GNN) aangemerkte gebieden zijn in principe uitgesloten voor plaatsing van antenne-installaties. Uit visueel oogpunt en door de sfeer van deze gebieden is het vaak niet wenselijk hier antenne-installaties te plaatsen. De voordelen van een antenne-installatie in deze gebieden wegen veelal niet op tegen de landschappelijke verstoringen en de verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit. Mochten er argumenten bestaan waaruit volgt dat het de voorkeur heeft om een opstelpunt in een GNN gebied te plaatsen dan neemt het college deze argumenten mee in de besluitvorming. De locatiekeuze moet van zo min mogelijke invloed zijn op de beleving vanuit enig punt in de openbare ruimte. Daarbij moet de identiteit van de plek worden gerespecteerd. Toelichting Het uitgangspunt is om bestaande landschappelijke waarden zo goed mogelijk te behouden of wellicht te versterken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de identiteit van de verschillende landschapstypen, natuur- en cultuurhistorische waarden. Hiervoor is een goede landschappelijke inpassing essentieel. Een eerste onderscheid wordt gemaakt door de keuze voor een open of gesloten landschap. Een installatie in bijvoorbeeld een open weidegebied zal naar verwachting eerder opvallen dan een locatie in een besloten bos. Uiteindelijk is het standpunt van waar naar de installatie wordt gekeken bepalend voor de mate van zichtbaarheid. Hieronder zijn voorbeelden gegeven van mogelijkheden hoe een antennemast kan worden ingepast in het buitengebied. Een bedekte inpassing heeft de voorkeur, ten opzichte van een open inpassing, bij de plaatsing van antennemasten. Met een bedekte inpassing wordt de visuele impact namelijk zoveel mogelijk beperkt. Deze voorbeeld-locatie is aan de Wildenborchseweg in Ruurlo. De mast is achter de bomenrij geplaatst. Hierdoor is deze bijna niet te zien vanaf de weg. Zelfs in het najaar (geen blad aan de bomen) valt de mast weg tegen de aanwezige structuur van opgaande elementen (bomen) langs de weg. Deze voorbeeld-locatie is aan de Goorseweg in Markelo. Dit betreft een bosrijk gebied. De mast is in het bos achter de eerste bomenrij geplaatst. Hierdoor is deze bijna niet te zien vanaf de weg. Door het dicht begroeide gebied rondom de mast is er ook geen vrij zicht vanuit het omliggende landschap. Open inpassing Een open inpassing hoeft niet per definitie een ongewenst beeld op te leveren. Plaatsing van een mast in een open gebied is goed mogelijk als daarbij bestaande landschapselementen benut worden. Soms heeft het de voorkeur om beplanting aan te brengen bij masten in het open veld. En soms kan beplanting juist de aandacht vestigen op de mast en storend zijn in het open beeld. De landschappelijke inpassing van een antennemast in het buitengebied blijft dus altijd maatwerk. Deze voorbeeld-locatie is aan de Noordijkerveldweg in Neede. Dit betreft een vrij open agrarisch gebied. De mast is hier geplaatst in lijn met de beplanting. Soms heeft het de voorkeur om beplanting aan te brengen bij de masten. De basis van de mast, in het voorbeeld, zou dan minder zichtbaar zijn geweest. Voor soortgelijke plaatsing in de toekomst heeft inpassing waarbij de basis van de mast aan het zicht onttrokken wordt, de voorkeur. Staat de mast helemaal open in het veld dan kan beplanting juist de aandacht vestigen op de mast en storend zijn in het open beeld.

Rechtspraak bij dit artikel