Behandeling van concept voorstellen aan de raad gebeurt in de raadscommissie in 2 fasen:
1e fase: beeldvorming, informatievoorziening;
2e fase: oordeelsvorming, voorlopige standpuntbepaling.
Elk concept voorstel wordt vóór behandeling kort toegelicht door een beleidsmedewerker die daarvoor plaats neemt naast de voorzitter.
Door loting wordt bepaald welke fractie als eerste aanvullende en verhelderende informatieve vragen mag stellen.
De vragen worden per vragensteller zo mogelijk direct beantwoord door de beleidsmedewerker.
De voorzitter sluit deze fase af met een korte samenvatting en stelt eventuele insprekers in de gelegenheid nog een aanvullende reactie te geven.
De fracties worden verzocht inzicht te geven in hun voorlopige standpunten over het voorstel en daarover met elkaar in debat te gaan.
De portefeuillehouder wordt in de gelegenheid gesteld het standpunt van het college toe te lichten.
De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.
Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of de commissie voldoende geïnformeerd en voorbereid is om in de raad een besluit te kunnen nemen.
Indien de raadscommissie concludeert dat voor een goede besluitvorming sprake is van onvoldoende voorbereiding en / of onvoldoende informatie beschikbaar is voor besluitvorming kan de commissie het college verzoeken om
via een Memorie van Toelichting vóór de raad nog specifieke aanvullende informatie te
verstrekken, of
b.het voorstel met aanvullende informatie opnieuw te agenderen voor een volgende commissie.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.
Artikel 19.
Werkwijze en gefaseerde behandeling in termijnen
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2010, eerste wijziging