Sein
Afbeelding
Omschrijving
Betekenis
Aandachtspunten
L1
Rood sein
Een rood licht
Stoppen vóór het sein.
Liggen er wissels achter het sein, dan is de rijweg geblokkeerd. Dit wordt aangegeven door rijwegsein W1.
L2
Geel sein
Een geel licht
Snelheid begrenzen met een zodanige snelheid om voor het volgende sein te kunnen stoppen.
Het volgende sein kan nogmaals L2 tonen.
Sein L2 kan ook in combinatie met W2, W3 of W4 voorkomen.
L3
Groen sein
Een groen licht
Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de plaatselijke snelheid.
Indien de plaatselijke snelheid niet bekend is, is voorbijrijden met een snelheid van ten hoogste 40 km/h toegestaan.
Sein L3 kan ook in combinatie met W2, W3 of W4 voorkomen.
Rijwegseinen geven de stand van het navolgende wissel aan. De rijwegseinen kunnen ook in combinatie met lichtseinen en/of OVO-seinen worden getoond.
Sein
Afbeelding
Omschrijving
Betekenis
Aandachtspunten
W1
Geen rijweg
Een horizontale streep, gevormd door wit licht.
Stoppen vóór het sein.
Het sein W1 kan in combinatie met sein L1 worden getoond.
W2
Rijweg
a. Een verticale streep, gevormd door wit licht.
De direct achter het sein liggende wissels zijn voor een rechtdoorgaande rijweg vastgelegd.
Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de plaatselijk geldende snelheid.
Kan in combinatie met sein L2 of L3 voorkomen.
b. Knipperend sein W2.
Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor.
Het knipperend sein W2 kan in combinatie worden getoond met L2
W3
Rijweg links
a. Een van links naar rechts dalende streep, gevormd door wit licht.
De direct achter het sein liggende wissels zijn voor een afbuigende rijweg naar links vastgelegd.
Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de plaatselijk geldende snelheid totdat de tram het sein in zijn geheel is gepasseerd.
In combinatie met sein L2 geldt de betekenis zoals die is geformuleerd bij L2
b. Knipperend W3.
Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor.
Het knipperend sein W3 kan in combinatie worden getoond met L2
W4
Rijweg rechts
a. Een van links naar rechts stijgende streep, gevormd door wit licht.
De direct achter het sein liggende wissels zijn voor een afbuigende rijweg naar rechts vastgelegd.
Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de plaatselijk geldende snelheid totdat de tram het sein in zijn geheel is gepasseerd.
In combinatie met sein L2 geldt de betekenis zoals die is geformuleerd bij L2
b. Knipperend sein W4.
Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor.
Het knipperend sein W4 kan in combinatie worden getoond met L2
W5
Spooraanduiding
a. Eén of twee cijfers of letters gevormd door wit licht.
n = 1,2,3,...,99 of A,B,...Z
De achter het sein liggende wisselstraat is vastgelegd en deze leidt naar het door het cijfer of letter aangeduide spoor. Dit sein geeft aan de trambestuurder aanvullende informatie over het spoor waarnaar de rijweg is ingesteld.
Dit sein komt in combinatie voor met sein W2, W3 of W4.
b. Knipperend sein W5
Dezelfde betekenis als onder a; echter de rijweg leidt naar gedeeltelijk bezet opstelspoor.
OVO-seinen (negenoog) worden toegepast bij wegkruisingen die voorzien zijn van een VRI en/of een tramwaarschuwingsinstallatie en volgen uit Wetgeving Regeling verkeerslichten.
LET OP: De onderstaande seinen OV1, OV5 en OV6 worden ook in combinatie met OBI’s gebruikt. Zie hiervoor §2.5.
Sein
Afbeelding
Omschrijving
Betekenis
Aandachtspunten
OV1
a. Twee witte lichten, verticaal ten opzichte van elkaar.
Oprijden voor recht doorgaand verkeer.
Indien na het sein een wegkruising voor komt, wordt het wegverkeer door een VRI geregeld.
b. Knipperend OV1.
Oprijden voor recht doorgaand verkeer.
Indien na het sein een wegkruising voor komt, wordt niet al het kruisend wegverkeer door een VRI geregeld.
OV2
a. Twee witte lichten, schuin ten opzichte van elkaar. Het bovenste licht links van het onderste licht.
Oprijden voor links afslaand verkeer.
b. Knipperend OV2.
Oprijden voor links afslaand verkeer.
Indien na het sein een wegkruising voor komt wordt niet al het kruisend wegverkeer door een VRI geregeld.
OV3
a. Twee witte lichten, schuin ten opzichte van elkaar. Het bovenste licht rechts van het onderste licht.
Oprijden voor rechts afslaand verkeer.
b. Knipperend OV3.
Oprijden voor rechts afslaand verkeer.
Indien na het sein een wegkruising voor komt wordt niet al het kruisend wegverkeer door een VRI geregeld.
OV4
Een geel licht.
Stoppen voor het sein.
Voor bestuurders die het sein zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: u dient de kruising te passeren op een zo veilig mogelijke manier.
Het seinbeeld zal spoedig veranderen in seinbeeld OV6.
OV5
Een knipperend geel licht.
De VRI is in storing.
De trambestuurder dient de snelheid te verminderen en de wegkruising voorzichtig op te rijden onder het geven van geluidssein Gb2 en met inachtneming van de geldende voorrangsregels en de lokale veiligheid.
De trambestuurder neemt contact op met de verkeersleiding over de storing.
OV6
a. Twee rode lichten, horizontaal ten opzichte van elkaar.
Stoppen vóór het sein.
b. Knipperend OV6
Stoppen vóór het sein. De VRI is geactiveerd door middel van het communicatiesignaal van de tram.
Na doven van het sein wordt OV1, OV2 of OV3 getoond.
Een OV-voorsein kan worden toegepast vlak voor een VRI met als doel tijdig informatie te verschaffen aan de trambestuurder over het navolgende seinbeeld en de berijdbaarheid van de navolgende wegkruising. Hiermee kan de exploitatiesnelheid worden verhoogd.
Sein
Afbeelding
Omschrijving
Betekenis
Aandachtspunten
OV7
Een ‘V’ gevormd door wit, vast licht.
Doorrijden en/of vertrekken van de halte. De VRI op de eerstvolgende wegkruising is in werking gesteld om het kruisende verkeer tegen te houden.
Indien OV7 niet wordt getoond bij nadering, moet er op worden gerekend dat er gestopt dient te worden voor het ‘stop’-tonend-sein voor de wegkruising.
Na doven van sein OV7 wordt OV1, OV2 of OV3 getoond vlak voor de wegkruising.
Overwegen die geactiveerd worden door middel van een communicatiesignaal vanuit de tram zijn voorzien van seinen, welke geplaatst zijn aan het einde van een halte. Hiervoor worden dezelfde seinen gebruikt als voor wegkruisingen (OVO-seinen). Overwegen die geactiveerd worden door toonfrequent spoor en/of telpunten zijn niet voorzien van seinen.
Sein
Afbeelding
Omschrijving
Betekenis
Aandachtspunten
OV1
a. Twee witte lichten, verticaal ten opzichte van elkaar.
Oprijden vanaf halte. De OBI voorbij de halte is geactiveerd en de overwegbomen zijn neergelaten.
b. Knipperend OV1
Oprijden vanaf halte met attentiewaarde. De OBI direct achter de halte is geactiveerd en de overwegbomen zijn neergelaten.
OV5
Een knipperend geel licht.
De OBI is in storing.
De trambestuurder dient de snelheid te verminderen en de overweg voorzichtig op te rijden onder het geven van geluidssein Gb2 en met inachtneming van de geldende voorrangsregels en de lokale veiligheid.
De trambestuurder neemt contact op met de verkeersleiding over de storing.
OV6
a. Twee rode lichten, horizontaal ten opzichte van elkaar.
Stoppen vóór het sein.
b. Knipperend OV6.
Stoppen vóór het sein. De OBI is geactiveerd door middel van het communicatiesignaal van de tram.