Het inkomen van de belanghebbende die geen (aanvullende) uitkering op grond van de wet, de IOAW of IOAZ ontvangt, wordt vastgesteld aan de hand van de inkomensspecificaties van drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt gedaan of de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan.
Heeft de belanghebbende wisselende inkomsten dan wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt gedaan of de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan.
Is de belanghebbende zelfstandige, dan wordt uitgegaan van het inkomen op de meest recente voorlopige aangifte inkomstenbelasting en de daarbij behorende jaarstukken, zoals de balans en de verlies- en winstrekening van maximaal twee jaar oud. Indien er nog geen jaarstukken ter beschikking staan, wordt uitgegaan van de geldende bijstandsnorm.
Hoofdstuk 1
Artikel 7:
Bepaling van het inkomen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Gooise Meren 2019