Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 8:

Financiële draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Gooise Meren 2019

Er is geen sprake van financiële draagkracht als het inkomen gelijk of minder is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm per jaar, inclusief vakantiegeld. Van 120 procent tot 140 procent van de bijstandsnorm geldt een draagkracht van 25 procent. Van 140 procent tot tweehonderd procent van de bijstandsnorm geldt een draagkracht van 50 procent. Vanaf 200 procent van de geldende bijstandsnorm bestaat geen recht op bijzondere bijstand. In afwijking van het eerste lid geldt voor woonkosten, uitvaartkosten en kosten van beschermingsbewind, curatele en mentorschap een inkomensgrens van honderd procent van de geldende bijstandsnorm per jaar, inclusief vakantiegeld. De draagkrachtregeling wordt vastgesteld op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen in geval van één of meer van de volgende situaties van toepassing is; Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen; Aflossing schuldsaneringskrediet bij de Kredietbank; Bij de bepaling van de draagkracht wordt de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet buiten beschouwing gelaten. Uitsluitend een Wajong- of AOW-uitkering wordt gelijkgesteld met de bijstandsnorm die voor de belanghebbende(n) geldt. Voor personen die in een inrichting verblijven wordt bij berekening van de draagkracht rekening gehouden met de bijstandsnorm voor een alleenstaande, Het vermogen, vastgesteld per eerste dag van de maand waarin de kosten zich voordoen, wordt, tot aan de van toepassing zijnde grens als bedoeld in artikel 34 van de wet buiten beschouwing gelaten. Het vermogen boven de grens wordt volledig in aanmerking genomen voor de draagkracht. In afwijking van het vorige lid dient al het vermogen te worden aangewend voor woonkosten en uitvaartkosten. Het vermogen van de eigen woning wordt niet in aanmerking genomen voor zover het vermogen gebonden in de woning en bijbehorend erf niet meer dan de wettelijke vrijlating bedraagt, als bedoeld in artikel 34, lid 2, onderdeel d PW. Op het vermogen mag éénmaal de geldende maandnorm inclusief vakantiegeld in mindering worden gebracht en een bedrag van € 3.500,- voor een auto. De draagkracht wordt maandelijks verrekend bij periodieke bijzondere bijstand en bij incidentele bijzondere bijstand wordt dit in één keer verrekend met de bijzondere bijstand. Zodra de gezinssituatie wijzigt, waarbij sprake is van een verblijf in een inrichtingen van een gezinslid, wordt de draagkracht opnieuw vastgesteld op basis van de geldende bijstandsnorm voor een alleenstaande.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel