De omgevingsvergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4.12a
Weigeringsgronden
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DRECHTERLAND 2019