**1..** Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
**2..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**3..** Een omgevingsvergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de vergunning, oftewel tot het moment dat:
de bezwaar- en beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4.12b
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DRECHTERLAND 2019