De Wmo 2015 gaat uit van maatwerk door te kijken naar de beperkingen die iemand ondervindt door de handicap die hij heeft, het te behalen resultaat en de oplossingen die daarbij passen. Twee personen met dezelfde beperking kunnen voor andere voorzieningen in aanmerking komen, omdat zij op andere terreinen beperkingen ondervinden of over verschillende oplossingen beschikken. Het is in deze beleidsregels dan ook niet de bedoeling om een lijst op te stellen waar iemand voor in aanmerking komt met een bepaalde beperking. Per persoon wordt eerst gekeken naar de mogelijkheden om zelf of in het netwerk oplossingen te vinden voor zijn beperking. Wel is getracht om, mede op basis van jurisprudentie - richtlijnen te geven waarin een maatwerkvoorziening kan voorzien.
Wmo-maatwerkvoorzieningen worden resultaatgericht afgegeven en zijn gericht op het bereiken van het resultaat. De Wmo professional bekijkt samen met de cliënt welke resultaten behaald moeten worden (“het WAT”) en welke aandachtsgebieden nodig zijn. Op welke manier (“het HOE”) de resultaten en daarmee samenhangend de aandachtsgebieden het beste gerealiseerd kunnen worden, wordt overgelaten aan de aanbieder in overleg met de cliënt.
In de Wmo 2015 zijn in ieder geval de volgende resultaatgebieden te vinden:
huishoudelijke ondersteuning: het voeren van een gestructureerd huishouden
verplaatsen in en om de woning
normaal gebruik van de woning: het wonen in een geschikte woning
vervoer: lokaal verplaatsen per vervoermiddel
begeleiding: individueel, groepsbegeleiding en logeeropvang. Het hebben van (dag)structuur in het persoonlijke leven en voeren van regie daarover en het mogelijk maken van mantelzorg
ontmoeten van medemensen en het aangaan (en onderhouden) van sociale verbanden
uitvoeren noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen
6.1 Huishoudelijke ondersteuning: Het voeren van een gestructureerd huishouden
Huishoudelijke ondersteuning is een middel om te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn, het is geen doel op zich. In eerste instantie wordt gekeken of algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen een oplossing bieden alvorens een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Daarnaast dient te worden gekeken naar de keuzes die cliënt maakt (of dient te maken) welke van invloed zijn op de ondersteuning en dienen tips gegeven te worden bij bevordering van de zelfstandigheid. Dit is maatwerk op basis van een persoonlijk onderzoek en daar waar nodig met flexibiliteit (maatwerk).
Het doel van deze beleidsregels is helder te krijgen waar de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning voor dient en wat gemeente, cliënt en aanbieder kunnen verwachten. Wat kan de cliënt verwachten bij de indicatie voor de voorziening vanuit de gemeente en de levering van de benodigde zorg vanuit de aanbieder.
De gemeente stelt op basis van het onderzoek vast welke resultaten en welke aandachtsgebieden voor de cliënt moeten worden geïndiceerd. De gemeente geeft aanbieder door welk resultaat behaald moet worden en welke aandachtsgebieden verder uitgewerkt moeten worden. De aanbieder stelt vervolgens samen met de cliënt in het leveringsplan de verfijning op van de daadwerkelijke taken en werkzaamheden met samenhangend de frequentie daarvan. In de opgenomen frequentietabel zijn voor de verschillende resultaatgebieden de benodigde werkzaamheden met bijbehorende gemiddelde frequenties omschreven. Naar aanleiding van het maatwerk per cliënt kan hier gemotiveerd van worden afgeweken. Belangrijk moet zijn dat de inzet wordt bepaald in dialoog tussen aanbieder en cliënt. De gemeente toetst dit leveringsplan aan de hand van het verslag en gemeentelijke beleidsregels, zodat de uiteindelijke indicatie vast kan worden gesteld.
6.1.1 Afwegingskader
Alleen maatwerkvoorziening als er geen andere oplossingen zijn
Hulp bij het voeren van een huishouden wordt alleen geboden wanneer er geen andere oplossingen zijn die problemen op dit leefgebied kunnen voorkomen of oplossen. Activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden uitgevoerd behoren dan ook tot de eigen verantwoordelijkheid. In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen dat een deel van het huishouden door cliënt wordt uitgevoerd en voor een ander deel ondersteuning wordt geboden.
Een andere vorm van het benutten van eigen mogelijkheden is het verlenen van medewerking aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de cliënt mag worden verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en de planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt aan het zo mogelijk voorbereiden van de was en het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning.
Schoonmaakhulp voor eigen rekening
Was men al gewend om voor eigen rekening een schoonmaakhulp in te huren, dan is het enkele feit dat er zich beperkingen voordoen geen reden om een beroep te doen op gemeentelijke ondersteuning. Wel moet worden meegewogen of door het ontstaan van beperkingen financiële mogelijkheden wegvallen of dat de ondersteuning door de ‘gebruikelijk aanwezige’ schoonmaak niet meer toereikend is.
Gebruikelijke hulp
Als de cliënt huisgenoten heeft die wel in staat zijn huishoudelijk werk te verrichten, komt dat gedeelte niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning. Dit wordt gebruikelijke hulp genoemd. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden.
Volwassene, jongeren en kinderen
Iedere volwassene wordt geacht ook naast een (drukke) baan en/of gezin een huishouden te voeren. Jonge volwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar worden geacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren.
Van kinderen in de leeftijd tussen twaalf en achttien jaar wordt verwacht dat zij hun eigen kamer schoonhouden en een bijdrage leveren in de licht huishoudelijke taken (zoals tafel afruimen, afwassen, kleding in de wasmand doen, kleine boodschappen halen).
Leefeenheid en/of huisgenoot
Aangezien bij iedere vraag een onderzoek naar de individuele kenmerken en mogelijkheden van de cliënt wordt gedaan, is het mogelijk om af te wijken van gebruikelijke hulp. Uit jurisprudentie van de Wmo en AWBZ is bekend dat als een huisgenoot in aaneengesloten perioden van zeven etmalen vanwege werk afwezig is er geen gebruikelijke hulp kan worden verwacht. Wel zal eerst onderzocht worden welke andere eigen en/of voorliggende oplossingen beschikbaar zijn (binnen het gezin/sociale netwerk).
Wanneer een huisgenoot minder dan zeven etmalen afwezig is, wordt onderzocht in hoeverre de huisgenoot een deel van de (uitstelbare) taken al dan niet kan overnemen. Als dat niet (volledig) kan, kan een (gedeeltelijke) maatwerkvoorziening worden toegekend.
Voor huisgenoten die aangeven geen huishoudelijke taken over te kunnen nemen, omdat ze niet weten hoe dit moet en dit nog nooit hebben gedaan, kan korte tijd huishoudelijke hulp worden ingezet om de huisgenoot de vaardigheden aan te leren.
Wanneer een huisgenoot overbelast blijkt te zijn of dreigt te worden door de zorg voor cliënt, kan tevens tijdelijk huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. De overbelasting kan, indien nodig, worden vastgesteld door een medisch adviseur. Van cliënt en huisgenoot wordt dan verwacht dat zij onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de overbelasting te verminderen, zodat op den duur de huishoudelijke taken weer door de huisgenoot kunnen worden overgenomen. Alleen wanneer blijkt dat - na een tijdelijke indicatie - ondanks pogingen van cliënt om tot oplossingen te komen het echt niet mogelijk is om de overbelasting te reduceren, kan langduriger huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. Tevens geldt dat eerst onderzocht wordt welke andere eigen en/of voorliggende oplossingen dan wel voorzieningen beschikbaar zijn (binnen het gezin/sociale netwerk).
Mantelzorg
Veel personen zijn bereid mantelzorg te verlenen. Deze vorm van vrijwillige ondersteuning door derden, niet behorend tot de leefeenheid, gaat voor op ondersteuning van de gemeente. Tegelijk is deze vorm van vrijwillige hulp niet afdwingbaar en daarmee in de praktijk vaak incidenteel en aanvullend op andere vormen van zorg. Indien noodzakelijk kan de gemeentelijke ondersteuning bestaan uit tijdelijke vervanging van de mantelzorger of vrijwilliger.
Algemene voorziening – algemeen gebruikelijke voorziening
Algemene voorziening
Als eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg of vrijwilligershulp geen of onvoldoende oplossing bieden, wordt bekeken of een algemene voorziening of een (gedeeltelijke) oplossing kan bieden. Om van een algemene voorziening gebruik te kunnen maken is geen uitgebreid onderzoek naar persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager noodzakelijk. De gemeente kan de aanvrager naar een algemene voorziening verwijzen, maar zal wel moeten bekijken of deze voorziening ook compenserend is voor de aanvrager. Voorwaarde is dat een dergelijke voorziening feitelijk toegankelijk is. Hiermee wordt bedoeld dat de voorziening redelijkerwijs door de cliënt kan worden bekostigd en er daadwerkelijk geschikte hulp geleverd kan worden onder redelijke voorwaarden. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld een waspunt, boodschappendienst, glazenwasser of maaltijdservice.
Algemeen gebruikelijk
Een algemeen gebruikelijke voorziening is geen Wmo-voorziening. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als een cliënt, ook zonder handicap of beperking, hierover kan beschikken. Hierbij valt te denken aan voorzieningen die moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn, en
die niet speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn, en
die niet aanzienlijk duurder zijn dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel.
Bij algemeen gebruikelijke voorzieningen kan onder andere worden gedacht aan algemene technische hulpmiddelen: afwasmachine, aangepast bestek, stofzuiger, wasmachine, wasdroger, verhoging voor wasmachine of wasdroger.
Invloed van de woonvorm
Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimte(n) delen, wordt verwacht dat het aandeel in het schoonmaken van de gedeelde ruimtes bij uitval van één van de bewoners wordt overgenomen door een andere bewoner. Bij kamerverhuur wordt de huurder van de betreffende ruimte niet als een huisgenoot gezien van wie gebruikelijke hulp wordt verwacht. Dat er sprake is van kamerhuur moet met een huurovereenkomst worden aangetoond.
Huishoudelijke ondersteuning wordt bij meerdere bewoners alleen geleverd aan de woonruimte van cliënt en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimte. Hierbij kan worden gedacht aan woongroepen of vormen van beschermd wonen of meerdere generaties in één huis.
Voor de aanwezige beschermde woonvormen wordt specifiek op de situatie afgestemde ondersteuning geïndiceerd. Hierbij wordt naast de eigen mogelijkheden van de bewoners ook rekening gehouden met het doel en de intensiviteit van het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes.
Een grotere woning leidt niet vanzelfsprekend tot meer inzet van ondersteuning. Er wordt uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw.
In vakantiewoningen, tweede woningen, hotels/pensions, kamerhuur c.q. huisvesting niet bedoeld voor permanente bewoning wordt geen huishoudelijke ondersteuning verstrekt. Aangezien een vakantie doorgaans van korte duur is, is er sprake van uitstelbare taken of kan schoonmaak bij de verhuurder worden ingekocht. Ook wanneer men langer verblijft in de hierboven genoemde woonvormen, wordt geen huishoudelijke ondersteuning verstrekt.
Voortzetten hulp na overlijden huisgenoot
Wanneer binnen een leefeenheid de partner overlijdt wordt onderzocht in welke mate huishoudelijke ondersteuning nodig is voor de overgebleven partner. De overgebleven krijgt vervolgens een nieuwe indicatie. De zorgaanbieder mag in deze situaties de zorg in ieder geval twee weken doorzetten, zodat het proces van melding opgestart kan worden.
6.1.2 Resultaat gericht werken: een gestructureerd huishouden
Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Bij het kunnen participeren en zelfredzaam zijn mag de huishouding geen obstakel vormen. Het hoeft niet overal ‘spic en span’ te zijn, maar het huishouden moet ‘op orde’ zijn. Er kan goed en veilig geleefd worden, het vormt een basis, waar de cliënt mensen kan ontvangen en van waaruit de cliënt kan participeren in de samenleving.
Procesbeschrijvingen voor zowel zorg in natura en pgb zijn terug te vinden in de bijlage 3.
Leveringsplan
Huishoudelijke ondersteuning (zorg in natura en pgb ) wordt geïndiceerd op basis van resultaat. Bij zorg in natura maakt de aanbieder in opdracht van de gemeente in overleg met de cliënt een leveringsplan, waarin vastgelegd is welke activiteiten plaatsvinden en wat de frequentie van activiteiten is. In het leveringsplan is opgenomen dat de uitvoering van het plan flexibel moet zijn. De gemeente toetst het leveringsplan met de bevindingen uit het verslag en met de beleidsregels voor huishoudelijke ondersteuning. Als het leveringsplan daarmee niet in overeenstemming is, wordt de aanbieder opdracht gegeven een aangepast leveringsplan te maken dat wel voldoet. Het leveringsplan maakt onderdeel uit van de beschikking.
Op basis van persoonsonderzoek en in overleg met de cliënt zijn in het leveringsplan gemotiveerd aanpassingen in activiteiten en frequentie mogelijk. Om maatwerk te kunnen leveren is tevens een flexibele uitvoering van het leveringsplan mogelijk. Dat betekent dat er met instemming van de cliënt in de ene week meer/minder/andere activiteiten uitgevoerd kunnen worden dan in de andere week. Leidend is dat het resultaat passend moet zijn voor de cliënt.
Als een cliënt kiest voor een pgb, dan wordt de cliënt gevraagd om een plan op te stellen. Hiervoor moet het format van de gemeente gebruikt worden. De gemeente toetst of het plan in overeenstemming is met de bevindingen uit het verslag en met de beleidsregels voor huishoudelijke ondersteuning. Het plan maakt onderdeel uit van de beschikking.
Beschikking
In de beschikking moet duidelijk zijn wat de cliënt kan verwachten aan ondersteuning. In aanvulling op 4.6.1/4.6.2 wordt in de beschikking het volgende opgenomen:
dat de cliënt aanspraak maakt op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning en ten behoeve van welk resultaat en welke aandachtsgebieden de cliënt ondersteuning ontvangt;
wat de cliënt zelf, met eigen netwerk dan wel voorliggende / algemene voorzieningen kan;
welke activiteiten en frequentie bij de aandachtsgebieden horen om de ondersteuning passend te maken voor de cliënt en zodoende maatwerk te leveren. Dit wordt vastgelegd in het leveringsplan dat onderdeel is van de beschikking;
een verwijzing naar de beschrijving in beleidsregels van wat de gemeente verstaat onder ondersteuning in het huishouden;
toets van het leveringsplan aanbieder zodat deze voldoet aan het verslag van de gemeente en daarmee toetsing van de gemeenten is voltooid en de cliënt akkoord heeft gegeven;
dat de cliënt hiervoor een eigen bijdrage moet betalen; deze wordt door het CAK berekend op basis van vermogen en inkomen en daarom kan de hoogte van de eigen bijdrage niet in de beschikking worden opgenomen wel de kostprijs van de voorziening.
Activiteiten en frequentie
In de tabel activiteiten en frequentie, zoals in bijlage 4, staan alle werkzaamheden die binnen het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ vallen. Alle activiteiten die in het CIZ-protocol (2006 en 2011) worden genoemd komen terug in deze tabel. Voor de frequentie van die activiteiten is uitgegaan van de expertnormen in de onderzoeken van gemeente Utrecht en de Twentse gemeenten: Het onderzoek dat KPMG Plexus en bureau HHM in opdracht van gemeente Utrecht (normering van de basisvoorziening ‘schoon huis’ d.d. 12 augustus 2016) heeft uitgevoerd en samenhangend het onderzoek dat HHM in opdracht van de Twentse gemeenten (norm huishoudelijke ondersteuning in Twente d.d. 10 februari 2017) heeft uitgevoerd. De expertnormen in deze onderzoeken bieden een objectieve maatstaf voor de frequentie van activiteiten.
6.1.3 Resultaten en aandachtsgebieden
6.1.3.1 Gestructureerd huishouden in stabiele situatie (HO)
Onder dit resultaat vallen onderstaande aandachtsgebieden:
Aandachtsgebieden
Een schoon en leefbaar huis:
Een schoon huis betekent dat het huis stof- en vlekvrij is, zodanig dat het niet vervuild is. Daarom dient er periodiek binnenshuis te worden schoongemaakt. Schoon volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Dit kan heel praktisch betekenen dat de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden niet helemaal voldoen aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van iedere cliënt afzonderlijk. Dat betekent dat er niet wordt schoongemaakt uit gewoonte, maar om te voorkomen dat het vervuilt. De inzet moet echter wel in alle redelijkheid en in voldoende mate aansluiten bij de persoonlijke situatie (mogelijkheden en beperkingen) en de leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid) van een cliënt. De cliënt moet eerst zelf al het mogelijke gedaan hebben om vervuiling te beperken.
Leefbaar betekent dat het huis opgeruimd is en dat de cliënt gebruik kan maken van alle primaire leefruimten.
Onder huis wordt verstaan alle primaire leefruimten die door een leefeenheid daadwerkelijk voor het daarvoor bestemde doel frequent gebruikt worden in de woning: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, toilet , trap, overloop en hal. In de jurisprudentie zijn hier verschillende uitspraken over terug te vinden, onder andere: ECLI:NL:CRVB:2017:885 (tuin), ECLI:NL:CRVB:2014:1627 (voortuin, hal, gang en trap), ECLI:NL:CRVB:2014:2330 (praktijkruimte aan huis), ECLI:NL:CRVB:2013:2032 (essentiële leefruimten van de cliënt)
Beschikken over schone en draagbare kleding:
Het doel van dit aandachtsgebied is dat de cliënt beschikt over schone kleding. Het omvat het wassen, het drogen, strijken en/of vouwen van kleding en het terugleggen van kleding in de garderobekast. Verwacht wordt dat de cliënt beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het aanschaffen van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de cliënt, aangezien een wasmachine als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat worden gereinigd. Het gaat dan om het wassen, drogen, strijken en opvouwen. Uitgegaan wordt van 1 maal per week. Op grond van de persoonlijke situatie van een cliënt kan er in overleg tussen aanbieder en cliënt een afwijkende frequentie worden vastgelegd in het leveringsplan. Begeleiden bij het kopen van kleding hoort niet binnen dit aandachtsgebied.
via het WasPunt (met ingang van 1 januari 2018)
Cliënten die vanwege hun beperking in aanmerking komen voor het aandachtsgebied “beschikken over schone en draagbare kleding” kunnen gratis gebruik maken van het WasPunt. Deze voorziening is voorliggend. Een cliënt komt voor het WasPunt in aanmerking als hij niet zelf en/of met behulp van zijn omgeving de wasverzorging uit kan voeren. Het WasPunt is voor het wassen, drogen, strijken en vouwen van het wasgoed. Het wasgoed wordt één keer per week op een vaste ochtend thuis opgehaald en vervolgens weer binnen twee dagen bij de cliënt thuisgebracht. ln principe wordt de was gedroogd in de droger. De kleding die niet in de droger kan, wordt opgehangen. De schone was gaat gevouwen in een wasmand. Het WasPunt wast o.a. geen vitrage, overgordijnen, dekbedden, spreien en jassen.
Als om medische of andere zwaarwegende redenen de was van de kleding niet via het WasPunt gedaan kan worden, wordt de was door de medewerk(st)er van de zorgaanbieder gedaan en kan het aandachtsgebied “beschikken over schone en draagbare kleding” als individuele maatwerkvoorziening worden geïndiceerd.
6.1.3.2Gestructureerd huishouden in een kwetsbare situatie (HO+)
De aandachtsgebieden zijn dezelfde als bij huishoudelijke ondersteuning in een stabiele situatie, maar dan aangevuld met:
Organisatie van het huishouden
Ondersteuning bij het organiseren van huishoudelijke taken wordt ingezet wanneer de cliënt niet tot zelfregie en planning van de werkzaamheden in staat is. Behalve dat er huishoudelijke taken moeten worden overgenomen heeft de hulp aansturende en regietaken. Daarbij geldt voor de hulp een extra verantwoordelijkheid bij het signaleren van ongewenste situaties of toenemende kwetsbaarheid bij de cliënt. Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid niet meer van de cliënt verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt (bijv. een terminale situatie) of als disfunctioneren dreigt. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (eten en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt.
Daarnaast kan het voorkomen dat de hulp de zelfredzaamheid van de cliënt met betrekking tot het organiseren van het voeren van de huishouding aanleert of verbetert. De bedoeling is dan dat de cliënt (weer) leert hoe en wanneer je huishoudelijke activiteiten uitvoert en leert plannen en beheren van middelen in relatie tot huishoudelijke activiteiten. Hierbij hoort ook het stimuleren tot het doen van huishoudelijke taken evenals de observatie en controle van de uitvoering van huishoudelijke taken door de cliënt zelf.
6.1.3.3 Aandachtsgebieden op offerte basis
Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse levensbehoeften (voedsel, toilet- en schoonmaakartikelen) en activiteiten nodig. Het is heel normaal dat mensen geclusterd boodschappen doen door eenmaal in de week grote voorraad in huis te halen. In het algemeen geldt dat het verzorgen van de boodschappen niet geïndiceerd wordt als maatwerkvoorziening. Hiertoe wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van een algemene voorziening (zoals de plaatselijke boodschappendienst) of zetten mensen uit het sociale netwerk zich hiervoor in. Uitsluitend wanneer het eigen netwerk en een boodschappenservice geen optie is, kan een indicatie worden afgegeven van maximaal één keer per week boodschappen halen en opbergen. Hieronder vallen niet de grotere inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten.
Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat met betrekking tot maaltijden is dat de broodmaaltijden worden bereid en klaargezet en een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. In de meeste situaties kan van een algemene voorziening, zoals maaltijdservice voor de warme maaltijd, gebruik worden gemaakt. Ook zijn er kant-en-klaar maaltijden te koop die een oplossing kunnen bieden. Tevens biedt het eigen sociale netwerk mogelijk opties. Uitsluitend wanneer het eigen netwerk of een maaltijdservice geen optie is (bv geen leveringsgebied), kan een indicatie worden afgegeven voor het opwarmen van de maaltijd en/of voor het klaar maken van de broodmaaltijd.
Zorg voor inwonende kinderen
De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er voor zorg dragen dat er op tijden dat zij beiden werken, opvang voor de kinderen is. Dat kan worden ingevuld op de manier waarop zij dat willen (oppas, grootouders, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid.
Dat is niet anders in de situatie dat één of beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing moeten zoeken. Kan/kunnen de ouder(s) deze rol tijdelijk niet vervullen waarbij het gaat om een onvoorziene, acute, situatie dan kan aanvullend op de eigen mogelijkheden extra huishoudelijke ondersteuning voor de duur van maximaal 3 maanden worden geïndiceerd. Het gaat nooit om een volledige overname. De wet heeft in deze vooral een taak om tijdelijk in te springen, zodat ruimte ontstaat om een goede oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost, zodat gezocht kan worden naar een permanente oplossing.
Artikel 6.
Maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (2019) Gemeente Halderberge