Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (2019) Gemeente Halderberge

De Wmo heeft tot doel om cliënten te laten participeren in de samenleving. Vervoer speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer zal worden onderzocht of en welke beperkingen cliënt heeft en wat de vervoersbehoefte is. Er wordt bekeken in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien (bijvoorbeeld: heeft cliënt een auto of een brommer), hulp kan inschakelen van het eigen netwerk (bijvoorbeeld: kan cliënt meerijden met de buurvouw naar de kaartclub of kan een familielid uit Groningen naar cliënt toekomen in plaats van dat cliënt daar naartoe reist), gebruik kan maken van een algemene voorziening (buurtbus) of dat uiteindelijk een individuele voorziening noodzakelijk is. Om beperkingen en vervoersbehoefte inzichtelijk te maken onderscheiden we drie soorten afstanden:  De korte afstanden: loop- en fietsafstand in de directe omgeving (bijvoorbeeld om een brief te posten, kinderen naar school te brengen of de dichtstbijzijnde winkels te bezoeken).  De middellange afstanden: dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer aflegt binnen de regio (bijvoorbeeld naar een ziekenhuis, sportfaciliteiten of uitgaanscentra).  De lange afstanden: naar bestemmingen buiten de regio. Bij de korte en middellange afstanden wordt in de regel een straal van 10 tot 15 kilometer aangehouden. Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de cliënt de mogelijkheden moet hebben om jaarlijks lokaal en regionaal 1.500 km te kunnen reizen. Omdat ieders reisgedrag verschillend is, kan eventueel een gemotiveerd verzoek tot een verhoogd budget worden gedaan. Er zal dan worden onderzocht of in maatwerk een uitbreiding van het kilometerbudget mogelijk is. De Provincie Noord-Brabant heeft een bindend openbaar vervoer advies ingevoerd. Dit houdt in dat wanneer bij het boeken van een rit blijkt dat er een goed OV alternatief is, alleen tegen het hoge doorreistarief gebruik gemaakt kan worden van de Deeltaxi. Het OV advies geldt niet voor Wmo pashouders. Echter, wanneer het kilometerbudget van een Wmo pashouder is verbruikt, geldt deze reiziger als OV reiziger en kan deze een bindend OV advies krijgen. Daarom is ervoor gekozen een Wmo-bovenbudget contract af te sluiten met het KCV. Een Wmo-reiziger blijft met dit contract een Wmo-reiziger en wordt geen OV-reiziger. De Wmo-reiziger betaalt vervolgens wel het OV-tarief (niet zijnde het vrij-reizigerstarief). Alle buitenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Hiervoor is Valys door de wetgever aangewezen. Om Valys aan te vragen moet cliënt kunnen aantonen dat hij een indicatie heeft voor lokaal collectief vervoer of de beschikking hebben over een OV-Begeleiderspas of een brief vanuit de gemeente waaruit blijkt dat Valys noodzakelijk is. Waar voor het resultaat begeleiding (zie hiervoor hoofdstuk 8) vervoer aan de orde is voor de oplossing van de hulpvraag maakt dat vervoer onderdeel uit van de maatwerkvoorziening begeleiding en valt dit niet onder het resultaat ‘zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel’. Op de website ikwilvervoer.nl staan de lokale mogelijkheden van vervoer opgenomen. Op deze site kan ook een openbaar vervoeradvies gezocht worden. Tevens wordt hier op termijn verwezen naar de mobiliteitsconsulenten die binnen de gemeente werkzaam zijn. 7.1 Deeltaxi De Deeltaxi is een collectief vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi’s dat middels de vrije reizigerspas vervoer van deur tot deur biedt voor iedere inwoner van Halderberge. Het tarief ligt boven dat van het openbaar vervoer maar onder dat van een reguliere taxi. Mensen met een beperking die geen andere (eigen) oplossing voor hun vervoer hebben, kunnen bij een bepaalde vervoersbehoefte en -frequentie mogelijk in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van de Wmo-Deeltaxipas. De cliënt kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het vervoer. Ook kan een medereiziger (tegen een hoger tarief) of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Voor het reizen met een medisch begeleider moet een indicatie worden gesteld. Als men een dergelijke indicatie heeft, mag de cliënt niet meer zonder begeleider reizen. Om in aanmerking te komen voor de Wmo-Deeltaxipas is een indicatie nodig. Hiervoor kan - indien cliënt nog niet bekend is bij de Wmo of het bestaande dossier geen uitsluitsel geeft over de beperkingen op het gebied van vervoer- medisch advies worden aangevraagd. Het collectief vervoerssysteem Deeltaxi bestaat uit het volgens de hierna volgende opzet: aan de aanvrager die in aanmerking komt voor het deeltaxisysteem wordt een deeltaxipas verstrekt op vertoon waarvan rechthebbende gebruik kan maken van de deeltaxi; het vervoer wordt naar afstand onderscheiden in intern en extern vervoer. Als intern vervoer wordt 25 kilometer aangemerkt vanuit de eigen woning gerekend. Extern vervoer begint vanaf de 26e kilometer gerekend vanuit de eigen woning. Het extern vervoer wordt begrensd tot aan het collectief vervoersgebied van de 18 deelnemende gemeenten; Voor elke rit is de bijdrage gebaseerd op een instaptarief vermeerderd met een kilometertarief per kilometer; Vanaf de 26e kilometer is een hogere bijdrage verschuldigd per kilometer; de betaling van de aanvrager wordt door de vervoerder in ontvangst genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt; een aanvrager kan zich door één begeleider laten vergezellen. Voor de begeleider is het instaptarief verschuldigd vermeerderd met twee keer het kilometertarief per kilometer, tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis; Bij de toekenning van een Wmo-Deeltaxipas wordt de vervoersbehoefte van de cliënt in beeld gebracht. Vervolgens wordt bepaald welke categorie van toepassing is. De vervoersbehoefte is opgedeeld in de volgende categorieën: Km budget Jaarbudget Maandbudget Cat. 1 120 km 10 km Cat. 2 480 km 40 km Cat. 3 960 km 80 km Cat. 4 1.500 km 125 km Cat. 5 maatwerk maatwerk 7.2 Collectief vervoer versus individueel vervoer Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen, wordt allereerst beoordeeld of de collectieve vervoersvoorziening Deeltaxi een geschikte oplossing biedt alvorens individuele voorzieningen worden overwogen. De Deeltaxi is hiermee voorliggend op individuele vervoersvoorzieningen zoals gebruik taxi of gebruik eigen auto en/of aanpassing daarvan. Een individuele voorziening wordt vaak beschouwd als meest wenselijke oplossing, het is over het algemeen echter niet de goedkoopst adequate oplossing. 7.3 Vervoersdoeleinden Voor vervoer naar school is men zelf verantwoordelijk, maar kan in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij speciaal onderwijs verder dan zes kilometer vanaf de woning) leerlingenvervoer bij de gemeente worden aangevraagd op grond van de verordening leerlingenvervoer. Als bij vervoer naar werk beperkingen worden ervaren, moet men hiervoor een beroep doen op de werkgever. Voor vervoer naar dagbesteding wordt een indicatie voor vervoer doorgegeven aan de instelling, die de begeleiding verleent. Het vervoer is in het kader van het samenstellen van het arrangement door de aanbieder een verantwoordelijkheid van de aanbieder. Voor recreatieve en therapeutische doeleinden (onder andere gericht op ontwikkeling) wordt een voorziening op grond van de Wmo niet verstrekt. 7.4 Aangepaste fietsen Er zijn fietsen, zoals de driewielfiets en een duofiets, die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking en alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht. Een fiets met lage instap, fiets met hulpmotor of elektrische fiets zijn niet speciaal ontworpen voor mensen met een beperking en worden in de reguliere handel verkocht (al dan niet tweedehands). Daarom worden deze als algemeen gebruikelijk beschouwd. 7.5 Scootmobiel Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middellange afstanden. Het (kortdurend) huren van een scootmobiel is een optie die nu al beschikbaar is. 7.6 Gesloten buitenwagen Een gesloten buitenwagen is een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. Canta is een bekend merk dat daarom ook wel als soortnaam wordt gebruikt. De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 km rijdt maar waarvoor geen aparte verkeersregels gelden. De brommobiel is niet specifiek voor gehandicapten bedoeld en wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een gesloten buitenwagen wordt door de aanvrager vaak als gewenste oplossing voor het vervoersprobleem beschouwd maar is niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen als op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de voorliggende voorzieningen voldoet wordt een gesloten buitenwagen overwogen. 7.7 Autoaanpassingen Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle). In de Wmo wordt uitgegaan van een levensduur van minimaal zeven jaar van de aanpassingen; dit is in praktijk een redelijke termijn. Bij verstrekking van een vergoeding voor een autoaanpassing is het daarom redelijk om van de aanvrager te verlangen dat wordt aangetoond door middel van een keuringsrapport dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog zo’n zeven jaar mee kan). Vervanging van een bestaande autoaanpassing of overzetten naar of aanbrengen in een nieuwe auto is niet vanzelfsprekend. Wanneer een dergelijk verzoek wordt gedaan, zal eerst in kaart gebracht worden wat de goedkoopst adequate voorziening is.

Rechtspraak bij dit artikel