Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor een actuele, juiste en betrouwbare registratie van persoonsgegevens van ingezetenen in de BRP. Om de kwaliteit van de adresgegevens in de BRP zo hoog mogelijk te houden is het van belang dat de gemeente hoge prioriteit geeft aan het adresonderzoek. Vanuit de samenleving en de politiek is er blijvende aandacht voor de aanpak van adresfraude. Met de invoering van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervallen. Dit is niet van invloed op de uitwisseling van gegevens met betrekking tot adresonderzoek zoals beschreven in deze regeling. De AVG is ook niet van invloed op de terugmeldplicht van bestuursorganen en aangewezen derden als zij bij de uitvoering van hun taak af willen wijken van actuele BRP-gegevens.
Het college start een adresonderzoek als er twijfel bestaat over de juistheid van het adres van een ingezetene zoals dat in de BRP staat geregistreerd. Wanneer en of er sprake is van twijfel, is ter beoordeling van de gemeente. Het onderzoek van de gemeente dat volgt, is een onderzoek naar de verblijfplaats van de persoon.
De uitkomst van het adresonderzoek kan mogelijk aanleiding zijn tot een ambtshalve wijziging van gegevens in de BRP. De gemeente kan niet lichtvaardig overgaan tot het doorvoeren van een ambtshalve wijziging, omdat de gevolgen voor de persoon en overheid groot kunnen zijn. Een adresonderzoek moet om deze reden altijd zorgvuldig worden uitgevoerd. Zorgvuldig handelen betekent in ieder geval dat er een onderzoeksdossier wordt aangelegd en dat de gemeente haar handelingen en besluiten altijd gemotiveerd kan uitleggen. Het betekent ook dat het onderzoek zo min mogelijk belastend is voor de persoon en in verhouding staat tot het doel van het onderzoek.