Het college start een adresonderzoek bij twijfel over de juistheid van een inschrijving in de BRP. De aanleiding daarvoor kan heel divers zijn:
gerede twijfel is over de juistheid van het adres waarmee betrokkene in de BRP geregistreerd is. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij verhuisaangifte van nieuwe bewoners;
een eigen constatering van leegstand of een mogelijke onjuiste bewoning naar aanleiding van risicogericht adresonderzoek (twijfel over de juistheid bijvoorbeeld in verband met verdenking van fraude of criminele activiteiten);
een melding van een persoon;
een aangifte van verhuizing;
een melding via de TMV 2.0 (Terugmeldvoorziening) is ontvangen. Deze melding kan zowel door een interne als een externe BRP-gebruiker worden gedaan;
een melding via het Project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).
Het college start het adresonderzoek door het in onderzoek plaatsen van de adresgegevens op de persoonslijst van de persoon.
Gedurende de periode dat het adresgegeven in onderzoek staat, ontvangen afnemers en derden die de BRP bevragen de aantekening dat het adres in onderzoek staat, zodat zij daar rekening mee kunnen houden in hun werkprocessen.
De persoon die zich bij de balie van Burgerzaken meldt, verzoekt om het verlenen van diensten en waarvan de adresgegevens in onderzoek staan, moet eerst zijn/haar correcte woonadres doorgeven, onder overlegging van de benodigde documenten. Daarna kan de gevraagde dienst worden verleend.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2