**1..** De grondslag voor de subsidie peuterplaatsen is het aantal te realiseren bezette peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen voorschoolse educatie (VE).
**2..** Voor een peuterplaats peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 320 op jaarbasis, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op een toelage op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag).
**3..** Voor een peuterplaats voorschoolse educatie in de peuteropvang geldt een totaal subsidiabel aantal uren van 640 op jaarbasis (inclusief de 320 uur basisaanbod peuteropvang op grond van lid 2).
**4..** Voor een peuterplaats voorschoolse educatie voor kinderen van 2 tot 2,5 jaar geldt een subsidiabel aantal uren van 160 voor een periode van 6 maanden.
**5..** Voor een peuterplaats voorschoolse educatie wordt een jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen forfaitaire bijdrage voor de extra bijkomende werkzaamheden voor elke geplaatste doelgroeppeuter VE verleend.
**6..** Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks de maximale uurprijs vast waarover subsidie wordt verleend en een forfaitaire bijdrage voor de extra bijkomende werkzaamheden per geplaatste doelgroeppeuter VE.
**7..** De uurprijs voor te verlenen subsidie peuteropvang en VE zijn gelijk.
**8..** De te verlenen en vast te stellen subsidie per uur is nooit hoger dan de door de instellingen bij de aanvraag voor het kalenderjaar opgegeven en voor overige klanten gehanteerde uurprijs.
**9..** Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaande aan het kalenderjaar de inkomensafhankelijke procentuele ouderbijdrage vast voor gebruik van peuterplaatsen peuteropvang. Deze is gebaseerd op de voor het kalenderjaar geldende landelijke tabel van de kinderopvangtoeslag.
**10..** Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar de ouderbijdrage vast voor de ouders van doelgroeppeuters VE met voorschoolse educatie in de peuteropvang.
**11..** Op de te verlenen en vast te stellen subsidie per peuterplaats peuteropvang en voorschoolse educatie wordt een bedrag voor ouderbijdragen in mindering gebracht. Dit bedrag is gebaseerd op de door het college vastgestelde ouderbijdrage voor het kalenderjaar.
**12..** Aanbieders van peuteropvang en voorschoolse educatie ontvangen de ouderbijdragen vastgesteld op grond van lid 9 en 10 van dit artikel. Zij zijn verantwoordelijk voor het innen van deze betalingen conform de vastgestelde ouderbijdragetabel en het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren.
**13..** De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in artikel 6 lid 2 verminderd met de ouderbijdrage conform lid 9 van dit artikel.
**14..** De te verlenen subsidie per peuterplaats VE in de peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in art 6 lid 3 verhoogd met de in art. 6 lid 5 genoemde forfaitaire bijdrage voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse educatie, verminderd met de ouderbijdrage conform lid 10 van dit artikel.
HOOFDSTUK II
Artikel 6
Grondslag voor de subsidieberekening
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2019